Kleuter, Lees

Stampen op de trap

“Wil je weer even alle deksels op de potten doen?” vraag ik aan Julian, het nieuwe vriendje van Pepijn dat voor het eerst bij ons is spelen. Om het bord van Julian staan een pindakaas-, appelstroop- en jampot. Uit de laatste steekt zijn mes nog omhoog. Julian kijkt me aan vanonder zijn wenkbrauwen en zet dan zijn beker met een harde klap voor me neer. “Ik heb dorst!” roept hij. Ik knipper twee keer met mijn ogen en kijk hem aan. Mijn innerlijke juf wil meteen ‘En hoe vraag je dat netjes?’ terug briesen, maar ik hou me in.

En nu? Ik heb geen idee. Waar moet ik eerst op reageren? Dat ik zijn toon niet zo netjes vind? Dat hij nog niet op mijn verzoek heeft gereageerd, ondanks dat ik het al twee keer heb gevraagd? De eerste keer dacht ik nog dat hij me niet verstond, maar ik word gewoon keihard genegeerd door deze kleuter en nog gecommandeerd ook. Wanneer is de grens bereikt van kleine huisregels en ga ik me met andermans kind bemoeien? En we zaten net nog zo lekker zelfverzonnen moppen te vertellen.
Ik ken het basisprincipe mijn huis, mijn regels. Daar ben ik overigens best soepel in, want ik heb nogal veel regels. Ik snap dat niet alle kinderen automatisch hun bord in de keuken zetten na het eten, de deur van de gang dicht doen of overal ‘alsjeblieft’ of ‘dankjewel’ achteraan zeggen. Ik neem aan dat die van mij zich ook niet altijd als engeltjes gedragen bij een ander, maar ik hoop ook dat zij niet hun vieze appelstroophanden afvegen aan iemands keuken. Zeggen dat het poppetje dat iemand geknutseld heeft lelijk is. Weigeren iets op te ruimen. Of keihard stampen op de trap. Zoals Julian allemaal doet.

Ik zucht een keer extra en denk aan de lol die hij met Pepijn heeft. Ik negeer het stampen, het commentaar op geen limonade mogen bij het eten en vooruit, hij is bereid om de vieze handen die hij net aan mijn keukenkastjes schoonveegde op te ruimen.
“Hij moest wel een beetje wennen, hè?” vraag ik aan Pepijn als de guerrillakleuter het pand weer heeft verlaten.
“Ja!” roept Pepijn. “En hij kent veel moppen!”
Dat is ook zo, denk ik. Ik zal hem er de volgende keer ook nog één vertellen. “Ken je die mop van dat jongetje dat kwam spelen?”

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter