Lees

Rust, regelmaat en spontaniteit

Met mijn ene hand leun ik op het aanrecht, terwijl ik met mijn andere hand een pollepel lafjes in een grote pan bietensoep laat cirkelen. Ik ben moe en ik sta te hannesen met een recept dat ik nog niet ken. Vanuit de woonkamer hoor ik dat de grote bak met Kapla omgekieperd wordt.
“Lieve en Pepijn, ik wil dat jullie nú al het speelgoed opruimen, we gaan straks eten.”

Ik had ooit bedacht dat ik dat wilde, dat er eerst opgeruimd wordt voordat we gaan eten. In de hoop daarmee de eeuwige chaos van mijn huishouden een beetje het hoofd te kunnen bieden. Ik hou van zulke regels. Rust, reinheid, regelmaat. Ik hecht echter ook aan gezelligheid, humor, spontaniteit. Soms bijten die twee elkaar. Ik wil wel dat iedereen zich aan mijn regels houdt, maar lap die van anderen graag aan mijn laars. Zonder regels is er niks om tegenaan te schoppen. En ergens tegenaan schoppen is gewoon lekker.

Hoe vaak mijn lief me al heeft gevraagd mijn werktas eens niet op de tafel te laten staan. En ik vind dat mijn kinderen met bestek moeten eten, maar ik kan het soms ook niet laten om ‘en nu met je handen op je rug!’ te roepen en mijn hoofd voorover in een bord spaghetti te laten vallen. Splet. Spaghetti eten met een schaar staat ook nog op mijn verlanglijstje, net zoals Pippi Langkous het ooit deed. Mijn huis als Villa Kakelbont.

Mijn dochter denkt daar anders over. Ze houdt ook van regels en rust, reinheid en regelmaat. Maar dan graag zonder de gekheid en onvoorspelbaarheid. Met haar handen in haar zij komt ze naast me staan.
“Wat gaan we eten?” vraagt ze.
“Bietensoep,” antwoord ik.
“Daar heb ik geen zin in,” zegt ze.
Ik kijk naar de grote donkerrode plas in mijn pan, leg mijn pollepel neer en zeg: “Ik ook niet. Weet je wat, ik ga patat halen. Goed idee?”
“Hmmm, daar moet ik even goed over nadenken. Ik ga even naar mijn kamer,” antwoordt ze bedachtzaam.

Een paar minuten blijft ze boven. Van wie is dit kind? Vraag ik me af. Ik had me zo verheugd op een Pippi-huishouden, maar heb in plaats daarvan een Annika gebaard. Welk kind moet er nu over nadenken of ze wel patat wil eten?

Ineens staat ze weer naast me.
“Ik vind het ook een goed idee,” zegt ze met een knikje.

Gelukkig. De liefde voor patat hebben we wél gemeen. De pan met bietensoep belandt in de koelkast. Voor een ander spontaan moment.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter