Michelle is getrouwd met Marcel en moeder van Amber (11) en Nova (7).
‘Ik ben zo bang dat ik doodga, en dat jullie doodgaan en oma,’ vertelt ze met grote angstige ogen als ik al een tijdje op haar bed zit.
‘Och lieverdje toch,’ zeg ik terwijl ik haar betraande wangetjes kus.
Ze lag al even in bed en had me plotseling geroepen, zoals wel vaker de laatste tijd.
We kijken elkaar even zwijgend aan terwijl ik uit alle macht een ‘nee joh, dat gebeurt niet!’ weg probeer te drukken, want liegen zal het allemaal niet beter maken. Dus ik knuffel haar nog maar eens.
Ons denkertje wordt de laatste tijd geplaagd door gedachten waarvan ik ook wel eens wakker lig. Ik vind dat zó zielig; hoe heftig moet dit zijn voor dat zevenjarige hoofdje.
In mij woedt een storm van gedachten hoe ik haar hier zonder kleerscheuren doorheen ga slepen. Ik wil namelijk erkennen dat zoiets kan gebeuren, zonder haar met een kersvers trauma op te schepen. Wat voor mij voelt als balanceren op heel dun visdraad.
Ik snap dat je hier verdrietig van wordt
‘Wat vervelend meisje, maar ik snap dat je hier verdrietig van wordt,’ begin ik voorzichtig. Ze knikt.
‘Het zijn allemaal hele enge dingen die kunnen gebeuren die nu in je hoofd zitten. Maar weet wel dat ’s avonds je hoofd heel erg moe is en dat deze dingen nu nog extra verdrietig voelen,’ zeg ik. Ze kijkt me met grote ogen aan.
‘Zijn er misschien dingen die je heel leuk vindt?’ vraag ik om alles subtiel een lichtere richting op te manoeuvreren. Ze haalt haar schouders op.
‘Denk eens goed na,’ zeg ik.
‘Snoep?’ klinkt het voorzichtig.
‘Ja leuk, wat nog meer?’ ga ik verder.
‘De kleine katjes van oma? vervolgt ze en ik zie haar gezichtje oplichten over de weeskatjes die mijn moeder al jaren met flesjes en goede zorg opvoedt en waar haar kleinkinderen volle bak van meeprofiteren. Zo ook onze kleine dierenvriendin.
Jackpot, denk ik.
Ze kijkt me aan of ik niet goed wijs ben.
‘Ah de kleine katjes van oma, wat vindt je daar zo lief aan?’ vraag ik.
‘Nou ze zijn zo schattig en hebben van die lieve gezichtjes en kleine pootjes!’ kirt ze met haar handjes tegen haar wangen.
‘Zou je ze misschien wel eens naar school mee willen nemen?’
Ze kijkt me aan of ik niet goed wijs ben, maar schiet dan in de lach.
‘Misschien kunnen ze dan in je laadje slapen als de juf de sommen uitlegt?’
Ze ligt in een deuk en met dat gevoel knuffel ik haar maar weer eens.
‘Ga hier maar lekker over nadenken meid, over de kleine katjes in je laadje op school,’ en met een grote glimlach laat ze zich op haar kussen vallen.
Als ik later zelf in bed lig denk ik aan mijn opvoedskills en of ik mijn dochter nu niet keihard ‘gegaslight’ heb. Tegelijkertijd denk ik aan iedereen in mijn omgeving die dood kan gaan én aan wat ik morgen allemaal moet doen. Als ik op mijn horloge kijk, zie ik dat ik nog maar zes uur kan slapen, maar de gedachten zijn te erg aanwezig dat slapen nu heel ver weg voelt.
Ik zucht. Misschien moet ik ook maar eens aan kleine katjes gaan denken.





Geen reacties