Lees

ZO KAN HET DUS OOK: lees hier alvast een hoofdstuk!

Acteur en schrijver Lykele Muus (33) is een van de miljoen alleenstaande ouders in Nederland. De helft van de week woont hij met zijn dochter Nine (7), de andere helft is hij alleen en woont Nine bij haar moeder, actrice Melissa Drost. Toen Lykele en Melissa besloten een punt achter hun relatie te zetten, snakten ze allebei naar positief advies. In hun omgeving overheerste het beeld dat hun relatie was ‘mislukt’, dat het ‘verschrikkelijk’ was voor Nine en dat ze een zwaar en eenzaam leven tegemoet zouden gaan. Positief advies bleek schaars. Dus besloot hij zelf maar een boek te schrijven over de voordelen van co-ouderschap. Met humor en optimisme beschrijft hij in zijn boek Zo kan het dus ook zijn ervaringen als alleenstaande vader. En wij mogen alvast een hoofdstuk uit zijn boek lezen!

Ibiza here we come

Het is december 2019 en ik wil de naderende feestdagen het liefst ontvluchten. Ik vind weinig lekkerder dan afwezig te zijn op verplichte feestjes en nu voelde ik een intense behoefte om het liefst de hele kerstvakantie op pad te gaan. Maar ik kan de zorg voor N. niet de hele vakantie aan M. overlaten. Het co-ouderschap maakt het weliswaar makkelijker om er een paar dagen tussenuit te knijpen, maar als ik langer weg wil blijven, moet ik N. wel meenemen. Het co-ouderschap maakt het ook makkelijker om geld uit te geven, maar als je zo’n hoge huur hebt als ik hou je niet veel over. En in de winter ga ik echt niet naar de Biesbosch om mijn tent op te zetten. 

Gelukkig bestaat er ook nog zoiets als huizenruil. Ik heb het fenomeen altijd geassocieerd met mensen die geitenmelk drinken. Maar toen kwam ik via via ineens iemand tegen die op Ibiza woonde, in een geweldig huis op een prachtige, rustige plek. Iemand die heel graag met kerst en oud en nieuw bij haar familie in Nederland wilde zijn. Een perfecte ruil openbaarde zich. Ik vroeg aan M. of ze het goed vond dat ik onze dochter twee weken meenam naar een huis ver buiten de bebouwde kom op een eiland dat in de winter waarschijnlijk door alles en iedereen verlaten was, en natuurlijk vond ze dat goed, want ook voor haar is een keer twee weken zonder kind een verademing. Maar na het stellen van deze vraag hoorde ik al ergens in mijn achterhoofd een echo van de vele decemberdagen uit mijn verleden met M. waarop ik de kerstliederen van Herman van Veen heb moeten verdragen, en ik herinnerde me weer dat zij heel anders tegen tradities aankijkt dan ik. En inderdaad kwam ze er twee dagen later op terug. M. wilde de kerstdagen toch wel graag met N. doorbrengen. En toen bedachten we een oplossing. Wij eten wekelijks samen, en het gebeurt ook nog weleens dat de een bij de ander overnacht, zoals vrienden ook weleens blijven slapen, maar met z’n drietjes op vakantie zijn we sinds de breuk nooit meer geweest. En nu leek het ons allebei eigenlijk wel een prima idee als M. een paar dagen bij ons op Ibiza op bezoek zou komen met Kerstmis. Er was plek zat. Ook N. werd dolenthousiast van dit hele draaiboek, en ik was zo trots op ons en op het feit dat deze exercitie überhaupt mogelijk was, dat ik onze vliegtickets betaalde.

Ons co-ouderschap heeft zich nooit beter in al zijn facetten gemanifesteerd dan tijdens deze vakantie, waarvan ik eerst vier dagen alleen met N. doorbracht, gevolgd door vijf zonnige kerstdagen met M. erbij, en waarvan ik tot slot nog een hele week alleen was met N. M. bracht ons naar Schiphol en liep met ons mee tot aan de douane. Stralend trok N. haar roze rolkoffertje achter zich aan, joelend sprong ze met haar armen omhoog door de scanner. Ik had nog nooit eerder met haar alleen gevlogen en het bleek een walk in the park. De cadeautjes die ik voor geval van nood in haar rugzak had verstopt hoefde ik niet eens in te zetten. Ze deed zelfs een dutje, waardoor ik even kon lezen. 

We landden iets voor middernacht en namen een taxi naar het huis. We hadden afgesproken dat N. de eerste nacht bij mij in het grote bed mocht slapen. Ze keek daar verlangend naar uit omdat dit thuis echt streng verboden is. Dus ik had een slapeloze nacht ingecalculeerd, maar fuck it: het was vakantie. Maar in ons ruilhuis aangekomen waren we allebei zo doodmoe dat we als een blok in slaap vielen en pas laat in de ochtend wakker werden. 

Die dag bekeken we de omgeving, speelden we met de kat die bij het huis hoorde, deden we boodschappen en stippelden we samen een programma uit voor de komende dagen, want niks doen met een kind kost meer energie dan iets doen. Het eiland was inderdaad grotendeels gesloten, maar als je goed zoekt is er overal altijd wel iets te beleven en ik zorgde ervoor dat elke dag ten minste één activiteit telde: zwemmen, de kermis, een kinderboerderij, een rommelmarkt, paardrijden, een kerstmarkt met knutselmogelijkheden. N. had uiteraard inspraak, maar de echt verschrikkelijke dingen (een binnenspeeltuin, een Playmobil-dorp, de restaurants in het zuiden waar je de BN’ers van je af moet slaan) hield ik bij haar weg. Ondertussen probeerden we hier en daar wat tapas en bocadillos uit, en in de auto luisterden we naar Spaanse liedjes. We lachten veel en spraken opvallend weinig, ik kwam helemaal tot rust. Mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar had ik na twee dagen al wel op een rijtje. Ik kwam nog niet echt aan werken toe, wat ik in de avonduren had willen doen, maar dat was voorlopig geen probleem; als M. er zou zijn had ik overdag meer tijd om af en toe achter mijn laptop te zitten. ’s Avonds dronk ik wijn, las ik een beetje bij het haardvuur en ging ik vooral vroeg naar bed.

Die eerste vier dagen gingen veel sneller en relaxter voorbij dan onze vrije dagen thuis. Ik was ontspannen en spontaan, en N. was voortdurend vrolijk. Ze zeurde niet om snoep of televisie en ging zonder tegenstribbelen naar bed. De zon scheen, overal viel wel iets te ontdekken en voor de volgende dag had ze altijd wel iets om naar uit te kijken. En omdat ik niet elke dag een smak geld voor een slaapplek hoefde neer te tellen, zwaaide ik gul en gretig met mijn pinpas. 

Op de ochtend van dag vijf pikten we M. op van het vliegveld. Wij hebben het geluk dat we niet aan ons driemanschap hoeven te wennen, de mogelijke problemen lagen vooral verscholen in de duur en de intimiteit van M.’s verblijf. We hadden zin elkaar te zien, we keken uit naar de dagen die zouden komen en onderweg naar het huis lagen moeder en dochter knuffelend op de achterbank. Eenmaal terug in ons ruilhuis gaf N. schreeuwend van vreugde een rondleiding. 

Als je met zijn drieën bent, of met meer, heb je niet echt
 een programma nodig. Je hebt in principe genoeg aan elkaar.
Voor deze vijf dagen hadden we de pittoreske dorpjes en de mooiste stranden van het eiland bewaard. Wandelen met mij
houdt N. niet heel lang vol, maar wandelen met mama én 
papa vindt ze beregezellig. We maakten foto’s, keken uit over
de zee, dronken wijn en appelsap en hielden voortdurend
halt om dieren te aaien. Het ging allemaal wonderbaarlijk
goed; soms corrigeerden M. en ik elkaar tijdens opvoedingskeuzes, maar steeds vanzelfsprekend en respectvol, zoals we
dat altijd hadden gedaan, en soms overlegden we eerst even.
Ik merkte dat ik dat niet alleen de afgelopen dagen, maar
ook de afgelopen jaren had gemist: een genomen besluit
voelt nog beter als iemand anders het ermee eens is. Samen
twijfel je minder vaak dan alleen. Als N. iets grappigs zei kon
ik opzijkijken en mijn plezier delen. Gedeelde smart is halve
smart, gedeeld plezier is dubbel plezier. Het was natuurlijk
ook winst dat we alle kosten deelden. De avonden verliepen ongeveer hetzelfde als de avonden daarvoor. En als N. sliep spraken we met elkaar, maar we deden ook onze eigen dingen.

M. sliep bij N. in bed. Dat vonden ze allebei fijn. En ik vond het niet vreemd of moeilijk om in mijn eentje het grote bed in te kruipen. Na altijd met N. alleen te zijn, was het een verademing om weer eens tijd met zijn drieën door te brengen. Niet alleen omdat ik het familiegevoel had gemist, maar ook omdat de aanwezigheid van M. me een spiegel voorhield. Of eerder, alsof een ooit vertrouwde spiegel een grondige schoonmaakbeurt had gekregen en ik mezelf, als vader en ex, weer scherper kon zien. Ik merkte dat ik die dagen alerter was. Alleen met N. dacht ik nauwelijks na over mijn handelingen, in M.’s aanwezigheid was ik bewust en onbewust bezig met haar en mijn grenzen en de balans van de taakverdeling. Ik deed de deur van het toilet op slot, liep niet zomaar de badkamer binnen en zette mijn schoenen netter neer. En ik ging vergelijken. Toen ik N. twee avonden na elkaar naar bed had gebracht, dacht ik de derde avond tijdens het voorlezen: ja hallo, nu ben jij aan de beurt. Terwijl ik N. twee weken lang elke avond in bed had moeten leggen als M. niet was gekomen. En wanneer M. de afwas deed nadat ik gekookt had, bedankte ik haar daarvoor. Ik kon me niet herinneren of ik dat ook deed toen we nog samen waren. Geen idee of het heel gewoon is voor stelletjes om te benoemen wat voor kleine gunsten ze de ander verlenen, zoals: ‘Ik ga wel even brandhout sprokkelen met N., dan kun jij rustig werken’, of: ‘We hebben een filmpie gekeken in bed, kon jij nog even doorslapen.’ Ik probeerde te ontdekken wat het met me deed. Er waren momenten dat ik het heerlijk vond om niet alles in het huishouden zelf te hoeven doen, en momenten dat ik er gek van werd dat iets me uit handen werd genomen. We gedroegen ons niet als een koppel, er was geen enkele intimiteit, minder nog zelfs dan in Amsterdam, alsof we allebei aanvoelden dat het nergens voor nodig was om elkaar aan te raken. Er was ook geen enkele spanning. Maar toch drongen er zich vragen en hypotheses aan mij op waar ik mezelf absoluut niet mee bezig wilde houden. Wat was er nu anders dan drie jaar geleden? Zou deze vakantie ook kunnen als een van ons een relatie had? Wat zou het verschil zijn als we nu wel seks hadden? Was seks het enige onderscheid tussen een vriendschap en een relatie? Waarom dacht ik überhaupt aan seks nu er een vrouw in huis was? Ik wilde helemaal geen seks. Was M. hier voor N., of vond ze het zelf ook leuk? En maakte dat voor mij iets uit? Ik had er geen antwoorden op, die verlangde ik ook niet, maar in mijn hoofd was het een stuk minder relaxed dan voor M.’s komst. 

De derde avond maakten we een fout: we zaten bij het haardvuur (ik ergerde me aan haar onnodige verspilling van
het brandhout) en we spraken over vroeger. Het was niet de eerste keer dat we samen
in de winter op een mediterraans eiland zaten. Lachend haalden we herinneringen op en vonden we geinige overeenkomsten tussen ons verblijf op Ibiza en onze eerdere vakanties, toen we nog samen waren, met en zonder N. Maar de volgende dag keek ik in de achteruitkijkspiegel en zag ik een introverte blik in haar ogen die ik kende van vroeger. Er was iets. Ze dreef weer weg en ik wist niet of ik ernaar moest vragen of het zo moest laten. Ik begon wel een vermoeden te krijgen. We hadden spoken uit ons verleden ons heden binnengelaten en op stille momenten realiseerden we ons wie we samen waren geweest. Ibiza was niet langer alleen een nu, maar ook een echo van vroeger. Het was geen ramp, maar het was overduidelijk een smetje op onze vakantie. De volgende dag benoemde ik dit. En zij bevestigde het. 

N. had de week van haar leven. We hadden onszelf best af kunnen vragen of het verstandig was om haar dit ‘cadeau’ te geven, want we zouden het ook weer van haar afnemen, en op de lange termijn zou het misschien verwarring creëren,maar ze was de hele week zo intens gelukkig dat we ons geen zorgen maakten. Omdat N. zo blij was, waren wij dat ook.

De laatste dag was ik somber, tot mijn eigen verbazing. M. vroeg meerdere keren of het goed ging. En dat ging het zeker, maar ik vond het heel erg jammer dat ze weer wegging. Het was niet dat ik haar zou gaan missen, maar ik merkte dat ik tegen de laatste week opzag. Alleen zijn met N. is een feestje, maar alleen zijn met haar nadat we met zijn drieën waren geweest leek me een onprettige switch. Wij gingen dit keer niet van huis weg, M. ging van ons huis weg. Er zou een gat vallen. Maar dat zou vast wel weer opgevuld worden als M. echt vertrokken was.

Het onheil begon direct nadat we haar op het vliegtuig hadden gezet, alsof de wereld me iets duidelijk probeerde te maken. We reden weg van het vliegveld en ik werd bij de eerste rotonde staande gehouden door de guardia civil. Mijn rijbewijs zat in mijn portemonnee, die ik net die avond in een rugzak had laten zitten. En N. zat voorin. ‘Muy pequeña,’ verstond ik. Te klein.

Ik probeerde nog uit te leggen dat dit overal in Nederland was toegestaan vanaf 1 meter 35, waar ze ruim aan voldeed. Maar ze spraken geen woord Engels. Op het proces-verbaal kon ik duidelijk lezen dat ik 200 euro mocht aftikken. Gracias. Gefrustreerd schraapte ik de geleende 4 × 4 vervolgens langs de villa van de buren. En eindelijk weer thuis werden we begroet door een jankende kat met een bloedende beenwond ter grootte van een twee-euromunt: hij had zich ergens aan opengehaald, of gevochten met een van de honderd andere buurtkatten. N. en ik vergingen van de honger, maar we stapten weer in de auto, waar nu een hap uit was, naar de enige dierenarts op het eiland die op 30 december open was. Het beest werd geschoren en gepoetst, kreeg een lampenkap op zijn hoofd en jankte vervolgens non-stop. De kat mocht met die open vleeswond niet naar buiten en ging de hele nacht door met miauwen, en niet bepaald zachtjes. Deze slapeloze nacht had ik dan weer niet ingecalculeerd. Terwijl M. er was had de zon volop geschenen, vijf dagen lang, ik had nog in zee gezwommen, maar nu trok het helemaal dicht en begon het zelfs te regenen. Tijdens de jaarwisseling zat ik op de bank met een huilende kat met een plastic kraag om z’n nek en mijn eigen hand in het verband, omdat ik die had verbrand aan de oven. Ik probeerde er het beste van te maken, maar de gifbeker werd steeds bijgevuld. Dat het eiland totaal was verlaten wist ik al, maar net dat ene restaurant waar wij wilden eten zat vol. De bowlingbaan was gesloten, terwijl die volgens het kaartje op de deur al lang open had moeten zijn, het brood in de supermarkt was op. En ’s nachts jankte de kat weer als een baby. Ik besloot hem op te sluiten in de keuken. Als ik het beest ’s ochtends weer vrijliet, was hij zo zenuwachtig dat hij overal in huis begon te poepen en te plassen, onder andere in de koffer van N. Nadat we de grotten op de noordelijkste punt van het eiland hadden bezocht, verder van huis kon niet, kregen we een lekke band. 

Was dit allemaal gebeurd als M. was gebleven? Had ik deze tegenslagen beter verdragen als ik niet de enige volwassene was geweest? Los je met z’n tweeën problemen sneller op dan in je eentje? Deze tegenvallers hadden natuurlijk niks met het ouderschap te maken, maar het deed wel iets met mijn humeur. En vanwege die non-stop jankende kat sliep ik slecht, waardoor ik overdag prikkelbaar was. Bij kleine ergernissen die ik normaal inslikte, kreeg N. ineens de wind van voren. ‘Wil je niet met je schoenen op de bank?’ werd: ‘Doe godverdomme je schoenen uit op de bank!’ En we begonnen de dagen af te tellen; onze activiteiten raakten op en we waren ook al door onze voorleesboeken heen. N. vroeg steeds vaker wanneer we weer naar huis zouden gaan en ze klaagde dat ze haar vriendinnetjes miste. Enomdat ik zo moe was, vatte ik dat ineens persoonlijk op. Ik was kok, taxi, schoonmaker en kampleider tegelijk en ik gaf geld uit als water, maar toch stelde ik haar teleur.

Natuurlijk vonden we onze draai weer, zelfs de kat raakte gewend aan de plastic kraag om zijn nek en de overnachtingen in de keuken, maar die eerste dagen na het vertrek van M. was het contrast met de dagen ervoor op z’n zachtst gezegd opmerkelijk. En het was veelzeggend dat ik aan het eind van die laatste week alleen met N. sterk het gevoel kreeg dat het wel weer eens tijd werd voor een beetje liefde in mijn leven.

Wat ik van onze vakantie op Ibiza leerde was dat je zoekt naar bevestiging van gemaakte keuzes. Als ik tijd doorbreng met mijn ex én mijn dochter wil ik dat we het alle drie naar onze zin hebben, maar ergens in de spelonken van mijn gedachten wil ik ook bevestigd zien dat het niet werkt tussen ons, dat het klopt dat wij uit elkaar zijn gegaan. Want als je niet met je gemaakte keuzes kunt leven, heb je waarschijnlijk de verkeerde keuze gemaakt.

Meer lezen?

Dit was een fragment uit Zo kan het dus ook van Lykele Muus. Een nieuw leven als single ouder.

Het boek van Lykele is nu overal (online) verkrijgbaar. Het kost €19,99. Koop hem via de site van je lokale boekhandel, zoals bijvoorbeeld die van Libris. Of hier bij bol.com

Illustraties: Claudie de Cleen. 256 pagina’s.

Foto credits: Frank Ruiter

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

1 Reactie

  • Reageer ZO KAN HET DUS OOK - Club van relaxte moeders 29 januari 2021 at 16:25

    […] En weet je wat nou zo leuk is? Speciaal voor de Club stelde Lykele een hoofdstuk uit het boek beschikbaar. Een fijne stuk over een vakantie met zijn dochter op Ibiza. Die zorgeloos en heerlijk begon, maar ook wat stof deed opwaaien…. Je leest dit hoofdstuk hier. […]

  • Laat je reactie achter