Lees

Vroeg naar huis

Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (7 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.

‘Zo lekker op tijd van het zonnetje genieten?’ Mijn collega zwaait vanachter haar bureau terwijl ik mijn zonnebril opzet. ‘Eh nou…’ begin ik een beetje verontschuldigend. ‘Ik moet eigenlijk mijn kinderen wegbrengen naar hobby’s en zo.’ Ik haast me naar mijn fiets en trap mezelf tegen de wind in naar huis. Aan de andere kant van de stad, uiteraard. Twintig minuten later kom ik oververhit thuis. Glas water, tas ergens neergooien en meteen door.

‘Heb je je danskleren al aan?’ ‘
Waarom niet dan?’
‘Nee, we hebben nu geen tijd voor een spelletje.’
‘Honger? Maar heb je nog niets gegeten dan vanmiddag?’

Terwijl zij twijfelt tussen niks lusten en alles willen behalve wat er is, pak ik een boterham.
‘Wat wil je erop?’
‘Dat hebben we niet.’
‘Dat ook niet.’
‘Nee, dat hebben we nooit.’
‘Pindakaas dan maar?’
‘Oh, nu heb je geen honger meer. Hier, neem een banaan.’

Even later parkeer ik voor de balletschool, half voor de deur, half in een struik en weet nu al: dit wordt zo’n middag. Ballet en hockey direct achter elkaar. Wie bedenkt dit? Oh ja. Ikzelf.

Drie kwartier later sta ik wéér klaar. Mijn ballerina springt in de auto en transformeert zichzelf op de achterbank tot hockeymeisje. Dansbroek uit, sportbroek aan, bitje in. ‘Mam, ik kwan niewt pwaten met wit wing!’ zegt ze met een mond vol plastic. ‘Waaw wijn mijn sweenbeswermers?’ Stilte. ‘Niet in je tas?’ ‘Neew…’

Maar natuurlijk vinden we ze uiteindelijk in de tas, onder een vest, naast een halve banaan, precies waar je ze verwacht. Als ik haar heb afgezet bij hockey, race ik door naar huis. Ik heb exact een half uur om de voetballer op te trommelen. Die zit op de bank. In slow motion.
‘Je moet zo voetballen.’
‘Ja.’
‘Kom op, omkleden.’
‘Zo.’

Na nog een miljoenmiljard keer vragen, kruipt mijn luiaard eindelijk de trap op om zich om te kleden. ‘Waar is mijn shirt?’ ‘Mijn sokken zijn weg.’ ‘Heb je mijn scheenbeschermers gezien?’ Wéér die scheenbeschermers die precies liggen waar je ze verwacht: in de voetbaltas dit keer.

Met nog vijf minuten op de klok duw ik hem richting deur, veters half gestrikt, tas half dicht. Als ik even later eindelijk op een bankje kan ploffen, is ze daar: het zonnetje op mijn gezicht. Dít is het moment. Eindelijk even “genieten” van mijn dag… precies als er een dikke laag bewolking mijn kant op schuift. Maar goed, ik moest toch alweer iemand van hockey halen.

Vorige bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter