Ingelise is moeder van drie kinderen (13, 11 en 8). Ze blogt over haar leven als (werkende) moeder en wat haar daarin allemaal verwondert.
‘Ga maar alvast in de auto zitten’, roep ik naar de kinderen die landerig op de bank hangen. Dat laten ze zich geen twee keer zeggen. Ze stormen het huis uit en ik hoor autodeuren slaan. We zouden eigenlijk om zeven uur vanmorgen vertrekken maar de klok geeft al vijf over zeven aan. Snel scan ik nog één keer langs mijn lijstje met standaarddingen die mee moeten op vakantie. Tandenborstels, check. Pyjama’s voor iedereen, check. Reserveringsbevestigingen op m’n telefoon, check. Nog een laatste rondje door het huis en dan plof ik op de autostoel.
Als we de straat uitrijden voel ik nog steeds een onrustig gevoel in mijn buik. Dat wordt er niet beter op als er op de navigatie een aankomsttijd verschijnt die toch net even wat later is dan we van tevoren hadden uitgerekend. ‘Waarom zijn we vanochtend niet vroeger opgestaan?’ bedenk ik gefrustreerd. We hadden nog zo ons best gedaan om alles gisteravond al in te pakken, maar er waren vanochtend toch nog honderd kleine dingen te doen en in de koffers te stoppen. En ongetwijfeld zijn we nog steeds iets vergeten. De vraag is alleen wat.
Nog een kwartier voordat de boot vertrekt.
Bij de boot naar Vlieland laden we zo snel mogelijk de koffers uit. Een voor een rollen de kinderen van de achterbank. Nog een kwartier voordat de boot vertrekt. De wind blaast ijskoud om het gebouw. De oudste twee ritsen hun jassen hoog dicht maar ik zie mijn zoon naast me bibberen in zijn trui. ‘Pak je jas.’ Bijt ik hem zenuwachtig toe. Hij kijkt me met een net iets te afwachtende blik aan. ‘Waar is je jas?’ zeg ik dan nog eens. Weer geen reactie. Ik kijk naar de lege achterbank en voel de moed diep in mijn schoenen zinken.
Ik heb geen ruimte in mijn hoofd voor discussie.
Na de overtocht op de gelukkig goed verwarmde boot loop ik in een rechte lijn de dorpsstraat in. De wind waait hier zo mogelijk nog harder dan daarnet. Godzijdank zijn de winkels open. Na een tijdje zoeken vinden we er ook een die kinderkleding verkoopt. Mijn zoon laat zich gedwee in een jas in zijn maat hijsen. ‘Wow, dat is echt een heel cool merk!’ roepen zijn zussen enthousiast uit als ze het logo zien. Een blik op het prijskaartje leert me dat dat wel eens zou kunnen kloppen. Maar ik heb geen ruimte in mijn hoofd voor discussie en trek mijn pinpas. ‘We nemen hem.’
Een paar uur later fietsen we prinsheerlijk op onze huurfietsen over het eiland. De frisse zeelucht blaast alle stress en zorgen van daarnet uit mijn hoofd. Naast me moppert een jongetje van acht onafgebroken dat hij zo moe wordt van het trappen tegen de harde tegenwind. Ik laat mijn humeur niet meer verpesten en schenk hem mijn grootste glimlach: ‘Je hebt in ieder geval een lekker warme jas.’





Geen reacties