Natanja blogt over haar leven als moeder van een zoon van 12 en een dochter van 15. En over zichzelf natuurlijk.
We zijn geland op ons favoriete Waddeneiland, op een camping waar we niet eerder waren. Vol overgave stort ik me in de vakantie.
Ik vlieger, wandel, zwem, fiets, badminton, lak mijn teennagels, speel tientallen potjes Flip7, maak dagelijks een tekeningetje. Ik probeer de tent van de verdrinkingsdood te redden na een nachtelijke stortbui, sta in de wachtrij om een was te kunnen draaien, veeg drie keer per dag 125001 uitgedroogde grassprieten uit m’n tent. Ik scheer m’n benen met nog één minuut op de doucheklok, vergeet mijn handdoek en droog me af met een t-shirt, wandel 10.000 stappen per dag naar de plee.
Ik geniet mee van de gezinsdynamieken van mijn veldgenoten
Daarnaast geniet ik mee van de gezinsdynamieken van mijn veldgenoten waar iedere zoveel uur een ouder een mental breakdown krijgt richting zijn of haar tiener. ‘Ga eens wat dóen!’ hoor ik. ‘Doe niet zo brutáal!’ klinkt het. ‘Zuip toch niet zoveel!’ smeekt mijn naaste buurvrouw.
De jeugd, die zich hier veelvuldig bevindt in álle leeftijdscategorieën, houdt me behoorlijk bezig. En vooral: uit mijn slaap. Mijn dochter heeft het uitgaan en een eilander ontdekt en verdwijnt iedere avond respectievelijk in de duinen of in de kroeg. Dat maakt dat ik, afhankelijk van haar eindtijd ergens in de nacht, drie minuten daarvoor als door een wesp gestoken wakker schiet, wacht tot ze er is, dan moet plassen en vervolgens een uur wakker lig.
Vervolgens barst om kwart voor zeven ‘s ochtends op het veldje naast ons de kakofonie van babypeuterkleuters los: mamaaaaaa waar is m’n oranje autootjeeee mamaaa ik moet poepen mamaaaa ik besluit nu m’n hoofd te stoten en een krijsbui te krijgen. In mijn tijd gaf ik ze een koptelefoon en een tablet en wilde ik voor acht uur niets horen, dat kan ik hier vergeten. In de avonden geniet ik mee van buren die de eindtijd van deze camping niet altijd respecteren waardoor ik tot middernacht meeluister met hun verhalen ondersteund door geplop van bierflessen, dwars door mijn oordoppen heen.
Na een week kamperen ben ik kapot.
Na een week kamperen ben ik kapot. Me aanpassen aan het kampeerleven ben ik gewend maar én laat in de avond wakker, én supervroeg in de ochtend wakker, én ‘s nachts tussendoor wakker: ik word er geen beter mens van.
Als ik op een ochtend weer eens brakjes voor de tent zit kijkt mijn man me liefdevol aan. ‘Wat heb je nu écht nodig?’ vraagt hij, terwijl hij een derde bak koffie voor me neerzet. Mijn hoofd begint rijkelijk te fantaseren over frisse lakens, een wc voor mezelf, wijnglazen die niet van plastic zijn. Maar vooral: slaap. Veel ononderbroken slaap in een schoon bed. Zonder kinderen van welke leeftijd dan ook. Ineens flitst de oplossing voorbij. ‘Ik weet het,’ verzucht ik.
Een adult-only hotel. Waarbij ik mijn kamer niet drie keer daags hoef te vegen.





1 Reactie
Na een week kamperen ben ik kapot…. Echt hilarisch en fantastisch beschreven deze vakantie beleving. Ik zat gierend op de bank en mijn man vroeg vanuit de keuken… “wat lees jij wat zo grappig is”? Het is natuurlijk grappig als je zelf geen slaapgebrek hebt 😉