Lees

De Passant

Frauke is (ondanks haar Hollandse naam) een Belgische moeder. Ze woont met haar gezin in de rand rond Brussel. Begin dit jaar verloor Frauke haar partner Olivier, en verloren de kinderen Elise (11) en Tristan (10) hun vader na een jarenlange ziekte. In korte blogs schetst Frauke voor ons wat het verlies van een partner en vader doet met een jong gezin. Ze schildert momentopnames, zowel mooie momenten, maar ook verdrietige.

‘Hi mama, ik weet niet waarom, maar zonet kwam papa zomaar in mijn hoofd wandelen!’ zegt Tristan opgewekt. Hij speelt al de hele namiddag met vriendjes in de tuin, en komt me midden in een avontuur opzoeken. 
‘Aha, mooi,’ zeg ik. ‘En wat zei hij dan, of wat deed hij?’
‘Niets, hij kwam zomaar wandelen.’ En weg is Tristan naar een volgend spel.  

Twee weken later staan we thuis in de keuken af te wassen. 
‘Is papa nog komen wandelen in je hoofd?’ vraag ik. ‘Ja,’ zegt Tristan ontspannen. ‘Af en toe komt hij wandelen. En dan praat hij wat in zichzelf.’
‘Praatte papa in zichzelf?’ vraag ik. Dat wist ik niet.
‘Als hij me naar school bracht, dan praatte hij soms in zichzelf,’ zegt Tristan. ‘En als ik dan vroeg wat hij zei, schrok hij op en zei: Niets, niets, dat was voor het werk.’

‘Eigenlijk is er dus niets veranderd, bedenk ik die avond.’

Eigenlijk is er dus niets veranderd, bedenk ik die avond wanneer Chilla-de-hond en ik een blokje rond doen. Tristan heeft op zijn tochten en avonturen nog steeds het gezelschap van Olivier. En ik stel me voor hoe Olivier dan in Tristans hoofd passeert: verdiept in zichzelf, in pak, met snelle tred en laptoptas op de rug, met zijn gedachten al bij het werk terwijl hij – want dat hoort zo – zijn zoon afzet op school. En ik ben zo jaloers op Tristan en de wandelende Olivier.

In mijn hoofd wandelt Olivier namelijk niet, maar kampeert hij, al zeven lange maanden. Ik sta ‘s ochtends met hem op, neem hem de hele dag mee bij alles wat ik doe, en ga ‘s avonds naast hem slapen. Nogal vermoeiend, die kampeervakantie.

Lieve Olivier, ik zou graag hebben dat je je tentje afbreekt in mijn hoofd, en opzet in mijn hart. In de vorm van een warme gloed of zoiets, en niet in de vorm van een allesoverheersende onderstroom.  
En dan kom je, net zoals bij Tristan, af en toe eens door mijn hoofd wandelen. Bij voorkeur in de avonduren, als we met zijn drieën zijn. Dan mag je een heel parcours afleggen: wandelend, buitelend, fietsend, gekscherend, pratend in jezelf. We zullen je mompelend zien voorbijkomen en vol liefde zeggen: daar is papa, hij doet zijn avondwandeling.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter