Lees, Tiener

Shopsessie

‘Als jij geen twee jurken wil dan niet. Ik zou het wel weten hoor, als ik jou was. Ik kreeg vroeger niks van mijn moeder. Neem een voorbeeld aan je grote zus, die is wel blij met wat ze krijgt.’

Van achter een rek met leggings in de kledingwinkel gluur ik naar de mopperende vrouw . Ze trekt aan de arm van een kleutermeisje dat zacht neuriet, alsof ze daarmee de woorden van haar moeder kan overstemmen.  

‘Dan gaan we alleen de sokken afrekenen. En ik ga niet meer met jou winkelen.’ 

Het meisje blijft neuriën als haar moeder verder tettert tegen de verkoopster achter de kassa. ‘De kinderen van tegenwoordig zijn zo ondankbaar. Wil ik haar een nieuwe jurk geven, hoeft ze er geen, snapt u dat nou?’

De verkoopster schudt voorzichtig haar hoofd.  

‘Zie je Danique, die mevrouw vindt het ook maar gek.’

Ik draai me weer om en pak een legging in maat 134 uit het rek. De ruzie die ik een paar weken eerder met mijn twaalfjarige zoon had, schiet door mijn hoofd. We hadden nieuwe sneakers voor hem gekocht, en een witte capuchontrui met de naam van een ruimtevaartorganisatie ‘want die heeft iedereen’ en eindigden de shopsessie bij de kapper. 

‘Mam! Vind je het goed zo goed?’ vroeg hij toen de kapster uitgeknipt was.

Ik keek op van mijn tijdschrift en had geknikt. ‘Als jij het mooi vindt.’ 

‘Wil je nog wat in je haar?’ had de kapster gevraagd. 

Hij had zoals altijd driftig zijn hoofd geschud. 

‘Ik heb gel, wax, mud. Het zou je goed staan,’ probeerde ze.

‘Ja!’ viel ik haar bij. ‘Je hebt zulk gaaf haar, probeer het nou eens!’

‘Mam.’ Hij had met zijn ogen gerold. ‘Ik. Wil. Dat. Niet. Dat weet je!’ 

De kapster en ik wisselden glimlachend een blik uit, ik mompelde iets over een koppig karakter en dat het vast nog veranderde als er meisjes in het spel waren. 

‘Voel eens,’ zei hij toen we buiten liepen. Hij boog zijn hoofd en streek over de onderkant van zijn nieuwe kapsel. 

Ik stak mijn hand achteloos uit. ‘Nee! Niet daar!’ Hij draaide zijn gezicht met een ruk naar me toe. Zijn ogen vlamden. Misschien was ik gefrustreerd, misschien wilde ik dat hij dankbaarder was voor wat hij had gekregen, maar zijn boosheid zat meteen in mij. 

‘Je krijgt alles!’ riep ik. Sneakers, de kapper, een trui. En dan word je boos?! Jij bent zo ondankbaar!’ 

Later die avond praatten we het uit. Vertelde hij hoe het voelde als ik met de kapster grapte over hem. Dat hij het idee had dat ik hem belachelijk maakte, dat ik zijn ‘nee’ niet serieus nam. Dat hij daarom zo boos was geworden. Ik zei sorry, hij zei sorry, maar ik bleef over zijn en mijn woorden denken. Een paar dagen later vertelde ik het aan vriendin M. Ze was even stil.

‘Misschien moet ik het niet zeggen,’ stamelde ze. ‘Maar je maakt vaker een negatieve opmerking waar hij bij is.’ 

Ik keek haar geschrokken aan.

‘Als we het over huiswerk hebben zeg je soms grappend dat hij een voorbeeld moet nemen aan mijn kinderen. Die vergelijking kan pijnlijk zijn voor hem.’ 

Ik wilde iets terugzeggen maar had te weinig adem. Kritiek op je opvoedstijl is als de emmer koud water na de sauna. 

Ik hang de legging terug in het rek en neem de roltrap naar beneden. De moeder en het meisje staan voor me. Ze zijn beiden stil. Wat een zegen om eerlijke kinderen en eerlijke vriendinnen te hebben, besef ik. Kritiek op je opvoedstijl mag dan voelen al een koude douche, kritiek op je kind geeft levenslange littekens.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter