Natanja blogt over haar leven als moeder van een zoon van 12 en een dochter van 15. En over zichzelf natuurlijk 😉
“Goedemorgen, ik kom jullie vertellen over de operatie!” Een vrolijke verpleegkundige meldt zich aan mijn dochters bed voor een ‘pedagogisch preoperatief gesprek’. Haar keelamandelen gaan eruit vandaag. Geduldig vertelt de verpleegkundige wat er gaat gebeuren. “Je moeder gaat mee tot in de OK. Die krijgt straks ook een mooi pak aan.”
“Haha mam,” zegt dochter. “Ik ga jou zo hard uitlachen.”
Dat weet ik, denk ik, maar ik zeg het niet hardop. Een operatie ingaan met een tiener met een stuiterbrein die haar moeder soms lief, maar bovenal lastig vindt, dat wordt vast incasseren.
Eenmaal in de voorbereidingsruimte hijs ik me van top tot teen in een donkerblauw OK-pak. Ik doe een dansje om mijn dochter vrolijk te stemmen.
“Mam, wat dóe je,” zegt ze. “Hou eens op.” Dan kijkt ze me eens goed aan. “Jouw linker wenkbrauw is heel raar, wist je dat?”
De anesthesieverpleegkundige die het infuus aanlegt buigt zich fronsend over dochters’ hand. Ze heeft moeite om aan te prikken. Poging één mislukt. Klappertandend ligt mijn tiener in bed. Ze klemt de pluche knuffel die ze van haar vader kreeg in haar goede arm.
“Mag ik in je hand knijpen?” Een zachte koude hand kruipt in de mijne.
“Zal ik je een verhaaltje vertellen?”
“Doe maar.”
Er zijn drie pogingen nodig om het infuus goed te krijgen. Dat zorgt voor het nodige commentaar van dochter. “Net een heroïneshot!” De verpleegkundige kijkt me meewarig aan. Ik haast me te zeggen dat ze dat van Netflix heeft.
“Kijk mam, ik ben zwanger!” grapt de patiënt daarna als het echo-apparaat erbij wordt gehaald om beter te kunnen mikken. Opnieuw die blik.
Even later somt ze op verzoek braaf haar naam, geboortedatum en het doel van haar bezoek op. Ze sluit af met een stralend: “Verder ben ik gewoon heel leuk.“
Eenmaal op de OK volgt een challenge met de hartslagmeter. “Kijk mam, ik ga heel rustig worden. 71, 70, 68, jaaa six seven! Six seven!” Haar hartslag schiet omhoog. “Oh ja, dan moet ik natuurlijk niet excited worden.”
“We gaan beginnen!” klinkt het dan door de OK. Ik sta aan het hoofd van het bed.
“Even een keer diep zuchten,” zegt de anesthesioloog terwijl hij een kapje over haar neus legt. Zacht wrijft hij over haar arm.
Met mijn liefste blik kijk ik dochter aan.
“Je gaat lekker slapen, meis. Gewoon rustig blijven ademen.”
“Mam, doe niet zo belachelijk.” Geïrriteerd kijkt ze me vanonder het kapje aan. “Ik ga niet dood of zo.”
Dan zakt ze langzaam weg. Na een aai over haar wang loop ik richting de deur. Wat wiebelig loop ik terug naar de afdeling. Ze mag dan vijftien zijn, in dat bed leek ze ineens weer vijf.





Geen reacties