Lees

In de mailbox: lekkerste ijsje van 2020

Soms krijg ik een mail die ik graag met jullie deel in de rubriek in de mailbox. Deze keer een bericht van Natanja. Die tijdens de quarantainetijd ziek werd waardoor het hele gezin wekenlang écht tot elkaar veroordeeld was. En zelfs een uitje naar de supermarkt, speeltuin of het bos er even niet inzat.

Ik trap de koppeling in, draai de sleutel hoopvol naar rechts en hop! Mijn hart maakt een sprongetje. ‘We gaan jongens!’ roep ik. We gaan. Weg uit ons huis. Eindelijk, het kan weer.

Twee weken eerder hoestte ik me door de Hangout-vergaderingen met mijn collega’s. Dozen tissues gingen er doorheen, en grappend riep ik tegen de webcam: ‘als het maar geen corona is!’ Dat was het wel. Althans, dat was het vermoeden, toen ik de volgende ochtend plotseling knock-out in bed lag. Ik was niet heel ernstig ziek, maar lag er zo volkomen af, ik had me in jaren niet zo hondsberoerd gevoeld. Koorts, complete apathie, mijn longen stonden in brand. En ik was zó moe. Op goede dagen stapte ik monter onder de douche, maar na het afdrogen taaide ik teleurgesteld af richting mijn bed. Angstvallig probeerden man en kinderen me te mijden. Dienbladen met eten en drinken werden bovenaan het trapgat richting bed geschoven, terwijl ik lafjes naar de brenger ervan zwaaide.

Voor de kinderen voltrekt zich een ramp van wereldformaat.

Als ik na een paar dagen langzaam opkrabbel, wordt mijn man ziek. We wisselen elkaar noodgedwongen af: om de beurt is de een beneden bij de kinderen om de rol van thuisleerkracht te vervullen. Gaat dat zonder ademnood al niet van harte (zowel bij ons als bij de kinderen), nu we nauwelijks een paar zinnen achter elkaar kunnen uitbrengen, wordt de situatie wel erg benauwend. Daar komt nog eens bij dat Rutte met klem stelde dat níemand binnen het huishouden naar buiten mag. Voor de kinderen voltrekt zich een ramp van wereldformaat. Hun speelgebied beperkt zich tot het huis en, godzijdank, onze redelijk ruime achtertuin, met trampoline. Maar na 14 dagen op de trampo met je broertje of je zus, zonder andere kinderen, terwijl je ouders als bejaarden door het huis zwalken, is de rek er uit. Bij ons alle vier. We komen elkaar teveel tegen, iedereen mist zijn of haar eigen leven. Dag structuur, dag sociaal leven, dag alle leukigheid die het voorjaar biedt, dag gezondheid.

Dan breekt de dag aan dat ik langer dan een paar uur uit bed ben zonder direct te hoeven bijslapen. Trekt mijn hoest weg. Zie ik alles weer zonniger in. Mijn man ligt nog steeds voor pampus, maar die laat ik met liefde liggen. Ik besluit dat we eruit moeten. En wel nu. Het is diep nadenken over de bestemming van het uitje want de wereld zit nog behoorlijk op slot, maar dan weet ik het.

Ik laad de kinderen in de auto en vertel wat we gaan doen. Het voelt alsof we naar de Efteling gaan. Wat een feest! Ik rijd een paar kilometer, en verwonder me bijna dat de wereld nog bestaat. Gelukzalig schuif ik met mijn auto aan bij de rij van de McDrive. De dame achter het loket lacht ons vriendelijk toe, reikt de pinautomaat aan op een anderhalvemeterstok en zet drie ijsjes op een plateau. Bijna juichend nemen we ze in ontvangst. Eenmaal geparkeerd verdelen we de buit. Ik sluit mijn ogen, en neem een hap. Dit is nu al, met recht, het lekkerste ijsje van heel 2020.  

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

2 Reacties

  • Reageer Annebeth 11 juni 2020 at 15:36

    Ha, wat leuk. Mijn oud-huisgenootje. Ai, wat een Corona horror story. Gelukkig kwam er nog een happy end 🍦🍦🍦!

  • Reageer Sanne 11 juni 2020 at 19:50

    Schrijven vanuit het hart en de ander daarin mee laten voelen en ook bijna mee ervaren is een kunst die natanja moeiteloos beheerst!

  • Laat je reactie achter