Lees

Gezellig samen eten

Inge is getrouwd en moeder van een zoon van elf en een dochter van vijf. Wat ze als weerbaarheidstrainer aan kinderen en hun ouders probeert mee te geven, vergeet ze zelf nogal eens toe te passen.

‘Ik geef nu even héél duidelijk mijn grens aan!’ roept mijn elfjarige zoon. Niet schreeuwend, nee, ferm. Duidelijk. Hij houdt zijn mes en vork stevig in zijn vuisten vast. ‘Ik wil dat jullie allemaal ophouden.’

Zora is na een schooldag mét BSO meestal zo moe dat ze alleen maar kan huilen. Zoals ook vandaag. We zitten aan tafel en ik vraag aan Quin hoe zijn dag was en na vijf minuten pogen iets van de flarden woorden te maken, heb ik nog steeds geen idee wat hij precies gedaan heeft. Ik hoor mijn man roepen dat als Zora nou niet stopt met huilen ze dan maar naar boven moet. Waarop ik zeg dat ze helemaal niet naar boven gaat, iedereen blijft gewoon aan tafel. Ondertussen hoor ik Quin al drie keer aan dezelfde zin beginnen. Hij wil iets zeggen… Ik wil iets zeggen, maar het lukt me niet. Zora trekt snikkend en snuivend aan mijn hand, wil op mijn schoot zitten en gevoerd worden. Ze is vijf jaar, hè, roept mijn man. Quin weet niet meer wat hij wilde vertellen en bedankt ons er hartelijk voor. Ik probeer hem echt te horen, maar ik moet ook Zora troosten, rust aan tafel. Ik kijk naar mijn bord en zie dat ik nog geen hap gegeten heb. Het bord van mijn man is al bijna leeg. Wel ja. Is het lekker, wil ik vragen, maar ik slik mijn vraag in. Zonder mijn blik te beantwoorden, gebiedt hij Zora op te schieten omdat ze anders geen toetje krijgt. Ik zucht. Links van mij zet Quin boos zijn tanden in een stuk kip. Zijn blik blijft rusten op zijn huilende zusje. Een trigger die Zora abrupt laat stoppen met huilen. Ze draait zich naar hem om en besluit haar vermoeidheid nu op haar broer te projecteren en roept: ‘Jij bepaalt niet voor mij! Ik bepaal zelf wel hoe ik eet, ja?’
Dat is de druppel voor Quin. ‘Ik geef nu even heel duidelijk mijn grens aan!’ roept hij. Bedremmeld kijken we naar ons bord.

Zijn woorden galmen na in de kamer. Het is de zin die ik zélf ook gebruik als mijn emmer dreigt over te lopen. Als ik voor mijn gevoel teveel heb meebewogen met iedereen. Als ik moe ben. Als ik boos ben. Als ik merk dat ik het lastig vind dat iedereen aandacht van me vraagt terwijl ik zelf niet eens weet wat ik nodig heb. Als ik probeer uit te leggen hoe het voelt als ik me niet gehoord en gezien voel. Als ik bijna moet huilen omdat ik weer te laat ben met mijn eigen grens aangeven.
Ik leg mijn bestek neer en kijk naar mijn zoon en zie dezelfde emoties in zijn ogen terug. We zijn nog steeds allemaal stil.
‘Wat goed dat je dat zegt,’ zeg ik schor.  
Ik weet hoe lastig hij het vindt om over zijn emoties te praten. Hoe lastig hij het vindt om duidelijk te zeggen wat hij vindt en denkt, om ruimte in te nemen aan een tafel met twee mondige ouders en een zusje dat ook niet op haar mondje is gevallen of op een andere manier de aandacht naar zich toetrekt. En nu komt hij met deze zin. Recht uit zijn tenen. Dwars door alle tumult heen.
We staren naar ons bord. Ik ben me ineens heel bewust van mijn eigen rol in dit toch wel dagelijkse tafereel. Het lijkt net of dat inzicht ook bij mijn man en Zora indaalt. Zwijgend eten we alle vier ons bord leeg.

Mijn borst vult zich met trots. Mijn keel met tranen.
Quin zegt misschien niet vaak iets, en misschien is zijn antwoord naar mijn idee net iets te vaak ‘ik weet het niet’ maar als hij iets te zeggen heeft, is het duidelijk meer dan het luisteren waard.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter