Lees

Ongeloof

Michelle is getrouwd met Marcel en moeder van Amber (11) en Nova (7). 

‘Wist je dat Alyssa, Leah en Feline in God geloven?’ zegt mijn zevenjarige in de auto. Ze kijkt erbij alsof ze net heeft ontdekt dat haar vriendinnen eigenlijk zwemvliezen als voeten hebben.
‘Oh, joh, hoe kwam je daarachter?’ vraag ik zo neutraal mogelijk, terwijl ik afrem voor het verkeerslicht.
‘Dat zeiden ze bij gym, maar toen werd ik boos,’ reageert ze.
‘Boos? Huh?’ stamel ik. Er vormen zich zoveel vragen in mijn hoofd dat ik niet eens doorheb dat het licht op groen is gesprongen.
‘Hoe kan Jezus nou opstaan uit zijn kist?’ roept ze terwijl ze gefrustreerd haar handen ter hemel werpt. Maar verder wil ze er de hele dag niet meer over praten.

Haar gevoelens over haar vriendinnen en hun geloof kwamen als een verrassing.

Wij zijn niet praktiserend qua geloof, dus God is geen onderwerp bij ons thuis. Wel proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op vragen die spelen bij ons kroost. Vragen waarvan we dachten dat ze alleen leven bij de elfjarige, nu die het vak godsdienst op school krijgt. Dat mijn jongste ook al een mening heeft over dit onderwerp, dat had ik niet verwacht. Haar gevoelens over haar vriendinnen en hun geloof kwamen dan ook als een verrassing.

De dagen na Nova’s verhaal in de auto snijd ik het onderwerp voorzichtig bij haar aan. Als ik haar een dag later naar bed breng, lukt het me – na een paar mislukte pogingen – om de situatie in hoofdlijnen duidelijk te krijgen.
’Leah zei dat ze in God gelooft,’ vertelt ze.
‘Oh en toen?’ vraag ik.
‘Ik vind dat stom! Maar toen gingen Alyssa en Feline ineens zeggen dat ze óók in God geloven, en die zeiden dat heel boos tegen mij!’ roept ze en aan haar waterig wordende oogjes kan ik zien dat dit voorval haar ontzettend frustreert. Voor Nova staat in God geloven namelijk gelijk aan beweren dat gras blauw is. Dat er vervolgens niet een maar dríe vriendinnen die opvatting deelden was dus niet te bevatten voor haar zevenjarige hoofdje. Daarnaast voelde ze zich ook een beetje buitengesloten en dat vind ik ontzettend sneu.
‘Ach moppie toch,’ zeg ik terwijl ik een traantje van haar wangetje veeg. ‘Maar Alyssa, Leah en Feline mogen geloven wat ze willen meid, en jij ook.’
Ze knikt en ik hou haar even stevig vast.

‘Maar denk jij nu dat God wel of niet bestaat?’

‘Maar denk jij nu dat God wel of niet bestaat?’ vraag ik, toch een beetje nieuwsgierig of het voorval met haar vriendinnen haar niet-geloven heeft doen wankelen.
Ze kijkt me aan alsof ook ík zwemvliezen als voeten heb en zegt dan resoluut: ‘Nee!’
‘En dat is helemaal oké Noof,’ zeg ik.
Ze knikt en als ik haar knuffel ben ik blij dat ik haar heb kunnen helpen. Alleen dat opstaan van Jezus uit de kist, daar wist ik dan weer niets over te zeggen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter