Lees, Tiener

Doofpot

Marloes is moeder van Willem (10 jaar) en Guusje (7 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.

‘Hee, heb jij de stoffer en blik gebruikt?’ Ik kijk naar de stoffer op het aanrecht en vervolgens naar mijn zoon op de bank. ‘Eh, nee hoor’, antwoordt hij terwijl hij snel opstaat en de stoffer en blik opruimt. ‘Ik ga naar buiten’, roept hij erachteraan, ‘even voetballen met Alexander.’ En weg is hij. Vreemd, bedenk ik. Hoezo ruimt hij uit zichzelf iets op wat hij niet gebruikt heeft? Hoogst ongebruikelijk voor mijn prepuber. Hier klopt iets niet.

Mijn onderbuikgevoel blijkt weer eens gelijk te hebben als ik even later een bonnetje weggooi van de boodschappen die ik net heb gedaan terwijl mijn zoon alleen thuisbleef. In de prullenbak liggen vier spierwitte, ongebruikte servetten boven op het vuil. Aha! Volgens mij probeert hier iemand een crime scene te verbergen.

Ik dacht dat je heel boos zou worden

Als ik de servetten opzijschuif, verwacht ik snoeppapiertjes, maar mijn vondst is groter dan dat. Keurig, maar toch ook vrij beroerd verborgen, ligt daar mijn porseleinen koekjespot. In scherven. Ik kan niet anders dan lachen. Wát een amateuristische doofpotaffaire. Ik stel me voor hoe mijn zoon tijdens mijn afwezigheid koekjes probeert te pakken. Hoe de pot uit zijn handen glijdt en met een oorverdovende klap op onze stenen vloer uiteenspat. De blinde paniek die daarop volgt. De wetenschap dat hij het volledig verknald heeft bij zijn moeder. En hoe hij vervolgens als een bezetene alle bewijsmateriaal bij elkaar veegt, alsof er nooit iets gebeurd is.

Maar deze jongen is duidelijk geen meestercrimineel in de dop. Die brandschone servetten hebben hem verraden. ‘Zeg Willem, is er toevallig iets gebeurd met mijn koekjespot?’ vraag ik even later als we naar voetbaltraining fietsen. Zijn blik verstart en hij kijkt strak voor zich uit. ‘Wat bedoel je? Ik weet niet waar die is.’ Met een zucht leg ik hem uit dat ik het echt niet erg vind als er ongelukjes gebeuren, maar dat ik het wel jammer vind dat hij tegen me liegt. Beschaamd mindert hij vaart. ‘Maar ik dacht dat je dan heel boos op me zou worden…’

Au. Die komt toch even binnen. Want blijkbaar is in zijn hoofd een kapotte koekjespot reden genoeg om een complete plaats delict te ensceneren. Ik vertel hem dat ik heus weleens boos word, maar dat hij me altijd de waarheid mag vertellen. Ook als die in duizend stukjes op de keukenvloer ligt. Hij knikt opgelucht. Zaak gesloten. En die koekjes? Die eten we voortaan gewoon rechtstreeks uit de verpakking. Scheelt afwas, scherven en een hoop recherchewerk.

Vorige bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter