Lees

Ben je boos, mama?

“Goeiemorgen, schat! Lekker geslapen?” vraag ik slaperig als ik Zora’s slaapkamer binnenkom.
“Jij toch niet boos, mama?” Met haar handen op de rand van haar eigenlijk te kleine ledikant kijkt ze me vragend aan.
“Nee hoor, schat, ik ben niet boos.”
“Ben je blij, mama?”
“Mwah, gewoon,” antwoord ik. “Niet per se heel blij, maar ook niet boos.”
“Maar ben jij blij?”
“Ja, hoor, ik ben blij.”
“Ik ben ook blij, mama.”
“Fijn, schat.”

[Nog geen twee minuten later…]
“Zora, heb je me gehoord? Eet je cracker op.”
“Mama, je bent toch niet boos?”
“Nou… als je niet luistert, Zora, word ik wel een beetje boos, ja.”
“Mama niet blij?”
“Nee, mama even niet zo blij.”
“Ben je boos?”
“Ja.”
“Op mij?”
“Ja.”
“Wáár?”
“Omdat je niet luistert.”
“Oh.”
“Ja.”
“Mama boos?”
“Ja.”

[Weer vijf minuten later…]
“Zora, niet op de bank springen!” roep ik haar vanuit de keuken toe.
Ze komt met grote ogen naar me toe gelopen. “Je bent toch niet boos?”
“Hmmm…”
“Mama, gewoon praten! Ben je boos?”
“Nee, niet boos…”
“Ben je blij?”
“Ik ben niet boos en ik ben niet blij,” zucht ik. “Ergens tussenin, denk ik.”
“Oh.”

[…]
“Zora, als ik nee zeg, bedoel ik ook nee.”
“Mama, je bent toch niet boos?”
“Nee, niet boos. Maar een beetje geïrriteerd, dat wel.”
“Wat?”
“Niets, schat.”
“Mama boos?”
“Ik word wel een beetje boos als je niet luistert, inderdaad.”
“Welke?”
“Huh?”
“Wélke?”
“Welke wat?”
“Wélke??!!”
“Ik begrijp je niet, lieverd, wat bedoel je met welke?”
(…)
“Ik weet gewoon niet wat je bedoelt…”
(…)
“Je bent toch niet boos, Zora?”
(…)
“Zora?”
(…)
“Zora niet blij?”

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter