Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (7 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.
‘Ze is niet geselecteerd.’ Ik kijk naar het mailtje en daarna naar mijn zevenjarige dochter die nog van niets weet. Afgelopen week deed ze auditie voor de vooropleiding van de ballet- en theaterschool waar ze al jaren danst. Ze ging er vól voor. En nu lees ik dat ze niet is aangenomen. Een steen in mijn maag beneemt me bijna de adem. Mijn zoon kijkt me onderzoekend aan. ‘Is er iets, mama?’ Snel stop ik mijn telefoon weg. ‘Nee hoor.’ We zijn in een druk museum, niet bepaald de plek waar ik haar hart wil breken.
Even later lopen we naar het station en kijk ik naar haar huppelende beentjes. Dezelfde beentjes die zich vorige week uit de naad dansten tijdens de auditie. Ik zie haar blije gezicht weer voor me toen ze hoorde dat ze door was naar de tweede ronde. Ik hoor haar nog zeggen: ‘Dit is echt mijn droom, mama.’ Na de tweede auditie had ze er alle vertrouwen in. ‘Ik denk echt dat ik door ben.’ Maar het mailtje vertelt een ander verhaal.
De woorden zullen haar droom uiteen spatten
In de trein naar huis kan ik aan niets anders denken. De steen in mijn maag wordt steeds zwaarder. Wanneer mijn kinderen vervolgens eindeloos staan te treuzelen bij het station terwijl ze hun fietsen pakken, merk ik dat mijn geduld opraakt. ‘Schiet nou eens op. Fiets eens door!’ De spanning verandert me langzaam in een chagrijnig monster. Ondertussen oefen ik in mijn hoofd de woorden die ik straks moet zeggen. De woorden die haar droom uiteen zullen laten spatten.
Thuis wil ze meteen weer naar buiten. ‘Kom eens hier.’ Ik trek haar tegen me aan. ‘Ik heb een berichtje gekregen van de balletschool.’ Ik haal diep adem, de pleister moet er in één ruk af. ‘Je gaat niet door naar de vooropleiding. Je bent niet geselecteerd.’ Ik kijk naar haar gezicht. Ik wacht op de tranen. Op de boosheid. Op het stampvoeten. Op alles wat ik zelf al uren voel.
‘Oké.’ Meer zegt ze niet. ‘Oké?’ vraag ik verbaasd. ‘Ja.’ ‘Je mag best verdrietig zijn,’ zeg ik voorzichtig, ‘of teleurgesteld.’ Ze haalt haar schouders op. ‘Ik vind het wel superjammer. Maar ik kan het volgend jaar toch gewoon nog een keer proberen?’ Dat is alles. Geen tranen. Geen drama. Geen ingestorte dromen. De steen in mijn maag verandert op slag in een kiezel. En mijn hart barst bijna uit elkaar van trots. Blijkbaar was ík degene die niet met de teleurstelling kon omgaan. Zij wel.





Geen reacties