Lees

Stofschaar

Natanja blogt over haar leven als moeder van een zoon van acht en een dochter van elf. En vandaag blogt ze vooral over haar eigen moeder.

Jaren geleden nam ik me voor een enorm creatieve moeder te worden. Blijmoedig kocht ik een naaimachine. Dat vond ik niet alleen heel huiselijk, het leek me ook duurzaam. Kussens, gordijnen, kinderkleding – ik zou in een handomdraai de prachtigste creaties toveren. 

De inspiratie voor dit zeer utopische droombeeld komt uit mijn jeugd. Ik zat in de ‘modegroep’ op de middelbare school waar ik kledingstukken in elkaar flanste en heuse modeshows hield. Mijn grootste inspiratiebron echter is mijn moeder. Als ik uit school kwam vond ik haar vaak achter de naaimachine. In opperste concentratie, ratelend aan de eetkamertafel. Lapjes stof om zich heen, de naaidoos pontificaal op tafel. Behoedzaam duwde ze op het voetpedaal, haar ogen gefixeerd op de naald en het volgen van de rijglijnen. Deed ze een grote klus, dan spreidde ze als een ware architect de Burda-patronen uit op tafel. Was het niet meer dan een zoom of een scheur, dan plaatste ze rigoureus een paar kopspelden, roetsjte door de stof en hield even later triomfantelijk het gemaakte kledingstuk omhoog. 

Er waren ook mindere momenten. Als de draad knapte. Of, nog erger, de naald. De stof scheef trok. Ze de verkeerde steek had geselecteerd. De hele machine op tilt sloeg en geolied moest worden. Dan zat ze te pielen met een olieflesje en plastic handschoenen. Was er echt niets meer aan te doen, dan moest de hele machine richting V&D voor onderhoud. Op dat soort momenten kon ik beter niet in de buurt zijn.

En dan was er nog iets heel belangrijks. Iets waar niemand aan mocht komen. 

En dan was er nog iets heel belangrijks. Iets waar niemand aan mocht komen, zelfs mijn vader niet. Iets dat alleen van en voor mijn moeder was, tenzij we zelf een sok durfden te stoppen. De heilige graal van het naaien: de stofschaar. 

De stofschaar mocht alleen gebruikt worden voor het knippen van stof, want zodra je met dat ding een stuk papier of ander materiaal aanraakte, of er ook maar naar kéék, was het bot. Niet alleen de schaar was dan onbruikbaar, mijn moeder functioneerde ook niet meer. Groot was haar verdriet als de rest van het gezin de functie van de schaar niet voldoende waardeerde, en ‘m stiekem toch pakte als er geen ander voorhanden was. 

Ik kocht zoveel jaren later, naast de naaimachine dus ook een stofschaar. Ik zoomde af en toe een broekspijp om. Probeerde een rokje voor mijn dochter in elkaar te zetten. Wat bleek? Dat moet je niet doen met de meest rekbare jersey. Na drie pogingen schafte ik een rokje bij de H&M voor haar aan. Veel beter voor mijn humeur. Helaas is, naast mijn naai-hobby, ook de carrière van mijn stofschaar een vroege dood gestorven. Hooguit knip ik er nog eens een draadje mee af, als ik een knoop aannaai of een gat dicht. Meestal knip ik er kadopapier mee. Heel gewoontjes ligt ‘ie tussen zijn soortgenoten in de bestekla. Niemand let nog op voor welke doeleinden hij gebruikt wordt. 

Een ding gebeurt er nog wel zodra ik het ding in handen heb. Ik zit direct weer bij mijn moeder aan tafel, tussen de stofjes. Ik orden de klosjes garen, vertel ondertussen over school. Kijk bewonderend mee met haar creaties of wacht vol verwachting op de nieuwe broek die ze in elkaar zet. Het waren momenten van ons samen, waarin de rest van de wereld niet bestond. Alleen die herinnering is me al meer dan genoeg waard. 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter