Lees, Tiener

Saaaaaaaai

‘Saaaaaaai.’ De weerstand die mijn tiener sinds zijn geboorte heeft tegen elke activiteit, verandering en overgang, wordt sinds een jaartje vergezeld door deze langgerekte uitroep. We hebben geleerd ons daar niet al teveel van aan te trekken, anders komen we nooit ergens. We houden rekening met hem, betrekken hem bij beslissingen maar trekken ook ons eigen plan omdat we weten dat hij uiteindelijk meegaat (al zitten we soms al een half uur met draaide motor in de auto) en zijn vurige anti-houding langzaam zakt.

Zijn weerstand hoort niet alleen bij zijn temperamentvolle karakter, het wordt ook gevoed door zijn angst voor het onbekende (wat inderdaad behoorlijk contrasteert met zijn behoefte aan niet saaie dingen.) Hij slaapt het liefst in zijn eigen bed, met al zijn knuffels en zijn Playstation onder handbereik. Dat maakt de zomervakantie tot de meest uitdagende periode van het jaar. Want hoe fijn het ook is om zes weken geen haast te hebben, uit te kunnen slapen, weinig dingen te moeten, structuur, een duidelijk ritme, fysieke en geestelijke uitdaging, het is essentieel voor hem, en dus voor ons.

De eerste drie vakantiedagen zijn het moeilijkste. Ik weet inmiddels uit ervaring dat het essentieel is om niet op de oprispingen die (elke minuut) uit zijn mond komen, te reageren. Ze zijn namelijk munitie voor eindeloze discussies waarin we in kringetjes ronddraaien. En dus slikte ik de eerste dagen op de Franse camping 234 het antwoord op zijn ‘wanneer gaan we naar huis?’ vraag in. Zei niks toen hij weigerde mee te gaan zwemmen, en stikchagrijnig aan het ontbijt zat. Zweeg toen hij op dag twee vijf minuten meeging naar het zwembad en zijn kleren aanhield. Bleef stoïcijns mijn hoofd schudden toen hij tijdens het kanoën 285 keer vroeg of hij Pokémons mocht vangen, 136 keer vroeg waarom we niet naar Disneyland gingen en 895 keer of hij op mijn of zijn vaders Hotspot mocht. Ik duwde hem ’s avonds niet richting de tieners bij de tafeltennistafel, maar wachtte tot hij op dag vier zelf ging. ‘Hoe was het?’ vroeg ik toen we terugliepen naar de tent. Hij haalde zijn schouders op. ‘Wel oké. Is dat de grote beer?’ Hij wees naar de duizenden sterren boven ons. Ik glimlachte. In zijn taal betekende dit dat het heel erg leuk was geweest.

Op dag vier plaagde hij ook zijn zusje niet meer venijnig, maar met een knipoog, en in plaats van de ‘wanneer gaan we naar huis’ vraag kregen we nu in hoog tempo ‘mag ik een ijsje/chips/cola/cassis/snoep/een chocoladebroodje/nog een ijsje/iets lekkers/pizza’ op ons afgevuurd, afgewisseld met ‘kun je mijn zwembroek/duikbril/T-shirt/slippers/voetbal/schoenen/sokken aangeven’, onderbroken door oneliners als ‘insmeren is ziek saai’, ‘die mensen zijn een beetje tokkie’, ‘de WiFi is hier poepslecht’, ‘die kerk is echt pauperlelijk’ en ‘jouw billen passen niet in je bikinibroekje, wist je dat?’

Zeven dagen per week veertien uur per dag in zijn gezelschap verkeren was regelmatig uitputtend, net als de dagelijkse discussies over alles en het feit dat hij vaak de sfeer voor drie mensen bepaalde. Soms stond het huilen me nader dan het lachen, soms sloot ik mezelf even op in het sanitairgebouw of wandelde doelloos over de camping om af te koelen. Ik wist dat ik moest blijven staan, dat we als ouders moesten blijven staan. Om hem te leren dat onbekend niet eng is, en dat hij wat hij het allerliefste wil, samen zijn met ons, niet weg hoeft te duwen.

Op dag negen liep ik tijdens een regenbui naar het cafeetje van de Spaanse camping toen ik twee bekende stemmen hoorde. Ik sloeg af naar het zwembad en zag de hoofden van mijn kinderen in het verder verlaten blauwe water. Ze schaterden. ‘Hoi mam!’ riep mijn oudste. ‘We zwemmen in de regen, dat is echt tof!’ Een uur later gingen ze samen douchen. Ze zongen, hadden de slappe lach en kwamen innig gearmd het hokje uit. Ik keek ze na. En snikte.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

3 Reacties

  • Reageer Wietske 18 augustus 2019 at 10:17

    Heel herkenbaar! Dankjewel voor het delen van jouw ervaring.

  • Reageer Jantine 18 augustus 2019 at 11:22

    Ik voel wat je schrijft ook al kent het hier zijn eigen verhaal. De emoties die van links naar rechts schieten. Bij hem en bij ‘ons. Hoe intens kan je het hebben!

  • Reageer Simon 18 augustus 2019 at 14:51

    Vakantie is ook best vreemd eigenlijk. Niks hoeft en tegelijkertijd moet er van alles want alles is anders.
    Eigenlijk zou je moeten gaan lopen of fietsen – en dat al een half jaar vantevoren in de weekends moeten voorbereiden ☺

  • Laat je reactie achter