Lees

Priet

Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (6 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.

Ik kan een gil niet onderdrukken als ik iets in mijn ooghoek zie verschijnen en met een doffe knal tegen het raam hoor klappen. ‘Wat was dat juf?’ Twintig paar ogen kijken me geschrokken aan. ‘Ik denk dat het een bal was juf!’ Als ik ga kijken, schiet heel groep 3 van zijn stoel en kijkt met me mee. Voor wat ik zie, moet ik heel snel schakelen. Onder ons raam ligt een gewond vogeltje, met open snavel hapt hij naar adem, zijn vleugel in een knik naast zich.

‘Eh, gaan jullie even een doosje en een doek halen bij juf Biljana,’ stamel ik naar twee kinderen. Ze rennen richting de conciërge en ondertussen probeer ik de klas rustig te houden. ‘Gaat-ie dood juf? Waarom vloog hij tegen het raam? We moeten hem naar het ziekenhuis brengen! Wat als die ene dikke kat nu komt?’ Ik denk precies wat zij denken, maar ook nog een paar stappen vooruit.

Gaan we hem ophangen juf?

De kinderen komen terug met het doosje. De vogel opvangen, laten we daar maar mee beginnen. Maar als ik neerkniel bij het beestje zie ik dat hij slap is geworden, het snaveltje gesloten, de oogjes dof. Het vogeltje is niet meer. Voorzichtig pak ik hem op en leg hem in het doosje.

Ondertussen ratelt mijn hoofd door: wat moet je eigenlijk doen met een dode vogel op een schoolplein? Ga je hem begraven? En waar dan? Hoe diep moet zo’n gat? In de klas vertel ik plechtig dat het vogeltje dood is. De kinderen schrikken en willen hem zien, sommigen willen hem aaien. ‘Wat gaan we er nu mee doen juf?’ Tsja, dat is ook mijn vraag. ‘Zullen we hem ophangen in de klas?’ stelt iemand bloedserieus voor.

Ik besluit dat er maar één verstandige oplossing is: de conciërge. Ik regel dat het vogeltje wordt opgehaald om naar een speciale ‘vogelbegraafplaats’ te gaan. Dat klinkt professioneel en vooral alsof er volwassenen zijn die hier verstand van hebben. Terug in de klas nemen we afscheid van het vogeltje, dat inmiddels door de kinderen is omgedoopt tot Priet. Hij zal vast in de vogeltjeshemel met zijn vriendjes vliegen, besluiten we samen.

De rest van de middag gaat het eigenlijk nergens anders meer over. We knutselen gekleurde vogels voor op het raam, ter nagedachtenis aan Priet én ter voorkoming van nieuwe vogelcrashes. Aan het einde van de dag vraagt een meisje met lang blond haar: ‘Zullen we dan een keer bloemen gaan brengen naar zijn graf?’ Ik knik bedachtzaam, terwijl ik ondertussen vooral hoop dat die mysterieuze vogelbegraafplaats ergens heel ver weg ligt, waar we het adres van vergeten zijn.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter