Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (6 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.
‘Kunnen we nu alvast de uitnodigingen rondbrengen?’ Het is half januari, maar onze dochter is al bezig met haar partijtje dat eind maart gaat plaatsvinden. Zeven jaar worden is niet zomaar iets en de uitnodigingen versturen staat dan ook hoog op haar prioriteitenlijstje. Nu we eindelijk een activiteit hebben bedacht, weet ze ook hoeveel kinderen ze uit kan nodigen.
Zorgvuldig stelt ze een gastenlijst op en daarna gaat ze meteen aan de slag met de uitnodigingen. Ik heb haar uitgelegd dat twee maanden van tevoren wel erg vroeg is om de uitnodigingen uit te delen en daarom liggen ze nu al een paar dagen op de kast. Met gouden stift heeft ze de acht namen van haar beste vrienden en vriendinnen op haar allernetst geschreven op de enveloppen. De voorpret is begonnen.
Ze had het beloofd, maar nu mag het niet meer
Maar nog geen dag later lijkt die pret voorbij als ze met hangende schouders de school uit komt lopen. Tranen druppen op haar jas. Verschrikt neem ik haar in mijn armen terwijl ik vraag wat er is.
‘Ben je gevallen?’
‘Heb je ruzie gehad?’
‘Was het werk te moeilijk?’
‘Ben je ziek?’
‘Ik mag niet op het partijtje van G komen,’ snikt ze zachtjes in mijn jas. ‘Ze had het beloofd, maar nu mag het niet meer.’ Ik denk aan de witte envelop op onze kast, waar met gouden letters de naam van G op staat geschreven en mijn hart zakt langzaam in mijn buik.
Dit is nu al de tweede keer dat ze niet wordt uitgenodigd voor een partijtje van een meisje dat zij ziet als een goede vriendin. Het clubje waar ze op school altijd mee speelt. De meiden waar ze ook regelmatig mee afspreekt. Ik merk hoe moeilijk ik het vind om woorden te geven aan wat er nu gebeurt, het enige wat ik kan zeggen is: ‘Jeetje wat vervelend, Guus. Ik snap dat je hier verdrietig van bent.’
Het liefst ren ik nu naar huis en verbrand ik de uitnodiging
Het liefst ren ik nu naar huis en verbrand ik de uitnodiging van G. Die mag ook mooi niet meer bij ons komen. Alleen: zo werkt opvoeden niet. Ik herken haar verdriet ook zo. Ik weet hoe het is om afgewezen te worden of ergens niet bij te horen en natuurlijk wil ik haar daarvoor behoeden. Kon ik haar maar in een doosje stoppen en altijd dichtbij me houden. Kon ik maar tegen alle G’s en W’s in de wereld zeggen dat het flauw is om iemand een uitnodiging te beloven en het vervolgens niet te doen.
Maar ik voed alleen mijn eigen G en W op. En daar probeer ik het allerbeste van te maken. Door te laten zien hoe wij met elkaar omgaan. Door te benoemen dat beloften ertoe doen. Door met elkaar te bespreken: zo moet het dus niet. En door samen chocola te eten als we verdrietig zijn, want dat verzacht de pijn toch weer een klein beetje.





Geen reacties