Priscilla verruilde in 2021 haar drukke leven in Nederland voor het eilandleven op Curaçao. Deze zomer keert ze met haar man en vier kinderen (drie meisjes van 7, 9, 10 en een jongen van 13) terug. Ze geniet nog even van haar rol als fulltime taxichauffeur voor haar kinderen, hoewel ze ‘gezinsmanager’ iets chiquer vindt klinken. Je kunt hier haar (remigratie)avonturen volgen.
“Dushi. Mi amor. Hola mami.” Ik bevind me niet in een veel te kleine nachtclub waar bezwete, hitsige studenten en dansende veertigplussers elkaar aanspreken. Dit is het vocabulaire in de plaatselijke supermarkt. De supermarkt waar ik dagelijks kom, want boodschappen thuis laten bezorgen is niet zo hot als in Nederland.
Een bezoek aan de supermarkt hier is een uitje. Dat vond ik in het buitenland altijd al, en na zoveel jaar wonen op Curaçao vind ik dit nog steeds. Mijn kinderen zijn het niet helemaal met mij eens. Zij mopperen als ze een keer mee moeten.
“Laten-We-Mama-De Tuin-Omleiden-Show” is een betere benaming.
Eenmaal in de winkel beginnen de pretletters te roepen dat ze willen helpen. Ja, ja… helpen! “Laten-We-Mama-De Tuin-Omleiden-Show” is een betere benaming. Met een bonte verzameling van lieve woorden, een stortvloed aan knuffels en chocolade-vragende ogen (en soms kibbelend) loopt de roedel achter mij aan. Ze willen verse yoghurt, kiwi’s, kaascrackers, chocolademelk, een bepaald soort muesli, pastechi (pasteitjes gevuld met vlees, kaas of vis), chips, rijstwafels met een laagje yoghurt et cetera. Maar mijn portemonnee zegt: “HO, STOP!”, want een halve boodschappenkar, zonder al te veel luxe uitspattingen, kost hier evenveel als een hele week boodschappen doen in Nederland. Vooral de versproducten zijn hier beduidend duurder dan in Nederland. Logisch, hoge importkosten. ‘Aardbeien vreten we maar weer in Nederland,’ hoor ik mezelf mompelen.
‘Senora, hoy no hay huevos?’ probeer ik stotterend in het Spaans. ‘Mi amor, no no,’ zegt ze vriendelijk. Ze legt uit dat de eieren vanmiddag of morgen binnenkomen. Niet alleen je kinderen testen je geduld in de supermarkt hier.
Nu kan ik er smakelijk om lachen, maar een aantal jaar geleden werd ik er flink chagrijnig van als de helft van mijn boodschappenlijstje niet voorradig was. In het eerste jaar reed ik tig supermarkten af in de hoop daar de ontbrekende producten te kunnen scoren. ‘Een sato soep zonder eieren is toch niet te eten? Dat is in mijn ogen precies hetzelfde als een appeltaart zonder appels,’ antwoordde ik een beetje geïrriteerd op de vraag van mijn man waarom ik in godsnaam kilometers om reed voor een paar eieren. Enfin, snel schakelen in een Curaçaose supermarkt leer je vanzelf.
Het was allemaal enorm wennen.
Als we bij de band staan (nee hier kennen ze geen zelfscankassa’s) en er gevraagd wordt of we een inpakker willen, realiseer ik me hoe ik deze winkels ga missen. De winkel waarin ik voorheen hartstikke ongemakkelijk werd van al die koosnaampjes van wildvreemde mensen. Waar de oude dame van de schoonmaakmiddelenafdeling ‘Dushi, kon ta’ zegt tegen de boomlange vakkenvuller van het vriesvak. Die haar vervolgens een stevige knuffel geeft. Waar een jong meisje of jongen de boodschappen keurig inpakt en ze voor een paar guldens naar de auto brengt.
Het was allemaal enorm wennen maar inmiddels word ik heel blij van al die liefde in de supermarkt. En van de inpakker. Dat wordt schakelen straks in Nederland, ook voor de kinderen. Zelf tillen, geen knuffels meer bij het vriesvak, maar haast bij onpersoonlijke zelfscanners. Misschien toch overgaan op online bestellen? Scheelt in ieder geval sjouwen. Én ongevraagde choco in mijn kar.
Ayo (tot ziens), Priscilla





Geen reacties