Priscilla verruilde in 2021 haar drukke leven in Nederland voor het eilandleven op Curaçao. Vorige zomer is ze met haar man en vier kinderen (drie meisjes van 8, 9, 10 en een jongen van 13) teruggekeerd naar Nederland. Sommige dingen in Nederland blijven haar verwonderen, soms levert haar ‘nieuwe’ leven hier ook weer nieuwe inzichten.
Eindelijk, het is zover. Vakantie. Na de laatste belachelijk drukke weken zijn we eindelijk onderweg. In een auto vol tassen, koffers, body boards, wetsuits, Tina’s, Donald Duckies, slippers, snacks, drinken en een eindeloze afspeellijst. Bruno Mars, Otis Redding, en Ice Cube, wisselen elkaar moeiteloos af.
“Waarom gaan we eigenlijk niet vliegen?” klinkt het vanaf de achterbank. Pffff. “Waarom moeten we met de auto naar Zuid-Frankrijk?”
Ik slik in dat er ook heel veel mensen niet eens op vakantie kunnen, en zeg zo vrolijk mogelijk: “Omdat de autorit óók leuk is. Echt. Wacht maar af.” Heel geloofwaardig klink ik waarschijnlijk niet. Stiekem denk ik namelijk hetzelfde. Deze autorit van ruim negen uur voelt ook voor mij als een major challenge na de afgelopen hectische weken.
Elk jaar is het weer een eindsprint zo vlak voor de vakantie.
Elk jaar is het weer een eindsprint zo vlak voor de vakantie. Dit jaar nog meer dan voorheen omdat ik na jaren weer aan het werk ben. In plaats van afbouwen, lijkt in die laatste weken alles juist in een hogere versnelling te gaan. Er moeten nog afscheidscadeautjes worden geregeld, de laatste sportwedstrijden staan gepland, er zijn verjaardagen, en nu dus ook nog overdacht op werk… Ik was alleen maar bezig met to do’s afvinken.
Het kan zijn dat ik dan ook met wallen tot op mijn knieën en een iets te kort lontje in de auto stapte. Het leek ook wel alsof het hele gezin er last van had de afgelopen dag. Iedereen was moe. Iedereen was toe aan even niks.
We staan al in de file in Nederland, rijden door België en er is gekibbel op de achterbank, de muziek staat op repeat en we stoppen bij te drukke tankstations met slechte koffie. Maar er zijn opeens geen lijstjes meer. Geen deadlines. Geen ‘Oh ja, dat moet ook nog’. Ruim negenenhalf uur later komen we aan op onze eerste bestemming. Met kleine ogen, plakkerig van de warmte, en vooral opgelucht. We made it. De vakantie kan beginnen.
Terwijl we de auto uitstappen, valt me iets op. Dat korte lontje? Dat is onderweg ergens uit het raam gewaaid. De kinderen rennen eensgezind naar ons eerste onderkomen om hun kamers te checken. Ik mopper niet dat ze hun spullen niet meenemen uit de auto. Misschien begint vakantie helemaal niet op de geboekte accommodatie. Misschien begint hij al ergens tussen Utrecht en Parijs.





Geen reacties