Michelle is getrouwd met Marcel en moeder van Amber (11) en Nova (7).
‘Auw,’ mompel ik tegen niemand in het bijzonder als ik met zeer pijnlijke ledematen naar de badkamer strompel. Zojuist na het wakker worden merkte ik dat het sporten van gister me in een houten pijnlijke plank heeft veranderd.
‘Goeiemorgen meissie,’ zeg ik tegen Amber die haar tanden poetst in de badkamer. Ik geef haar een knuffel en strek me, om met veel drama te ontplanken. Amber stopt, bekijkt me even met gefronste wenkbrauwen en gaat verder met tandenpoetsen. Wat een oma, zie ik haar denken. Dit is slechts een incident, denk ik zelf. Want in mijn eigen ogen ben ik nog jong ende hip.
Als kind vond ik mensen in de veertig hartstikke volwassen en zelfs tegen het bejaarde aan. Maar nu ik zelf al jaren in de veertigers-categorie val, voelt dat -buiten enig fysieks- gek genoeg helemaal niet zo. Ik heb bijvoorbeeld veel GenZ collega’s die met gemak mijn kind hadden kunnen zijn, maar waar ik voor mijn gevoel heel goed mee level. Ik durf uiteraard niet te vragen of dit wederzijds is, maar toch. Ik voel me bij tijd en wijle ook nog behoorlijke onvolwassen en kan in een deuk liggen om puberale grapjes.
Het zal niet het gekste zijn wat ik ooit heb gehoord
Ik voel dan ook weinig afstand tot de belevingswereld van mijn dochters (geen enorme althans). Met Amber kan ik hele gesprekken voeren over vapen, vrienden, snapchat en het feit dat als iemand daar zegt vijftien te zijn, dat niet per se zo hoeft te zijn.
Vervolgens vertelt ze mij ook vaak bizarre verhalen die ik vooraf stoer voorzie van de disclaimer ‘Het zal niet het gekste zijn wat ik ooit heb gehoord’. Om daarna heel cool te veinzen dat ik niet van mijn stoel val.
Zo hoop ik, met het zicht op die middelbare school, dat ze bij míj om advies komt in plaats van bij een leeftijdsgenoot. Voor zover zoiets mogelijk is natuurlijk.
Na wat gerek en gestrek doe ik mijn lenzen in.
‘Vind je dat niet vervelend om de hele tijd iets in je ogen te hebben?’ vraagt Amber met een vies gezicht over de lenzen die ik elke ochtend zonder nadenken op mijn ogen plak.
‘Nee hoor, daar wen je aan,’ zeg ik als ik de dekseltjes van het lenzendoosje dichtdraai.
‘Ik heb ze tenslotte al vanaf de tweede van de middelbare school,’ vervolg ik.
Amber pauzeert even. ‘Oh,’ zegt ze dan. ‘Dus net voor de oerknal.’





Geen reacties