Sanne is moeder van Mus en Mees. En ze is er maar druk mee.
We hebben net gegeten als mijn lief demonstratief een leeg A4’tje op de keukentafel legt. Met een liniaal meet hij hoe breed de kolommen en rijen moeten zijn en trekt dan vastberaden strepen met potlood. ‘Oké, dus dan zetten we bovenaan de dagen, links de klusjes en dan zetten we in de kolommen de namen erbij.’ Het is zover. Er komt een officieel schema met de verdeling van de huishoudelijke taken.
Hij heeft geen zin meer om er iedere keer om te moeten vragen.
Wie laat op welke dag de hond uit, wie ruimt de vaatwasser uit en wie dekt de tafel? Hij heeft geen zin meer om er iedere keer om te moeten vragen, gezucht als reactie terug te krijgen en dan te zeggen dat ik me moet gedragen en dat de kinderen tenminste wel gewoon hun klussen doen. Oké, oké, maak maar zo’n rooster. Dan houd ik me er wel aan.
Ik ben het grootste probleem, ja. Dat weet ik ook wel. Ik wil echt wel een goed voorbeeld zijn, maar man, man, man wat heb ik een ongelooflijke hekel aan het huishouden. Stofzuigen maakt herrie, de vaatwasser uitruimen is gedoe en aan die never ending story van het wasvouwen durf ik al helemaal niet te beginnen. Ik wil nieieieieieiet.
Mus pakt haar rooster op Magister erbij om te kijken wanneer ze op tijd thuis is voor de hond en Mees probeert te bedenken hoe hij de klussen zo kan verdelen dat er op een dag met gitaarles ook tijd overblijft om te gamen.
‘Ik heb net nog gekookt,’ probeer ik me ook coöperatief op te stellen.
‘Papa heeft de ui en paprika gesneden, jij hebt alleen maar de rijst in een pan gedaan,’ schampert Mus.
‘En ik heb vorige week nog gestofzuigd,’ probeer ik opnieuw.
‘Zo hé, mam, goed bezig hoor,’ lacht Mees.
Ik krijg weinig bijval.
We vullen onze namen in. Ik opper nog om een kolom te maken met ‘zorgt voor goede gesprekken’ en ‘maakt goede grappen’, maar ik krijg weinig bijval. Na een half uur onderhandelen ligt er een schema. Mees kleurt onze namen rood, blauw, groen en geel en Mus hangt het schema op de koelkast. ‘Dan kun je het meteen zien als je thuiskomt,’ zegt ze.
Als ik in m’n leunstoel zit met een kop thee, die mijn lief me komt brengen, zie ik op NOS dat de emancipatie van vrouwen in Nederland vrijwel stil staat. Ik roep m’n dochter. ‘Kom zitten, Mus. Let op… Mees, breng ons eens stuk chocola!’ Ik kan heus wel het goede voorbeeld geven.





Geen reacties