Maaike Helmer is moeder van een 16-jarige puber en kreeg op haar 42e de diagnose autisme. Daarover, hoe autisme altijd al een rode draad in haar leven was, schreef ze het boek Daar is een woord voor. Eerder schreef ze het boek Niets, over het krijgen van innerlijke rust in deze tijd. Ze schrijft op de Club van relaxte moeders over haar leven met autisme. Ook het moederschap komt daarin aan de orde.
‘Huh, wat is dit?’, ik ben op mijn computer op zoek naar iets voor werk. Ik zoek vrij ongestructureerd, want ik vergeet soms hoe ik mijn mappen noem en stuit in mijn zoektocht op een mapje met de naam van mijn kind. O, leuk. Wat zou het zijn?
Als ik het open, moet ik lachen. ‘Wat is er?’ vraagt Joram, mijn lief. ‘Het is een mapje met ‘hoe werkt ons kind,’ weet je nog?’ zeg ik. Hij weet het nog. Ik had inderdaad een mapje met globaal die inhoud.
Let me explain.
De communicatie die uit je baby komt, vereist over het algemeen nogal wat interpretatie. Een baby kan immers nog niet praten. Ik had er een natuurlijk gevoel voor, maar ontdekte ook een systeem, een patroon – en daar zoekt mijn autistische brein graag naar.
‘Ik weet precies wanneer mijn zoon honger heeft,’ hoorde ik andere moeders soms zeggen. Dat herkende ik, alleen vond ik het fijn de verschillende huiltjes, kreuntjes en beweginkjes ook nog eens heel bewust voor mezelf op een rijtje te zetten in mijn hoofd. Ik bestudeerde en ontleedde elk kraakje en kreuntje en kon dan precies vertalen wat er werd bedoeld. Ik leerde de taal van mijn kind. Heel bewust. Elke ‘eh’, ‘hu’ of armbeweging werd zorgvuldig opgeslagen in mijn hoofd. Uiteindelijk zette ik bepaalde dingen daarnaast in een mapje op mijn laptop. Leek me ook handig voor andere mensen.
Ik kan me nog de blik van mijn schoonouders herinneren
Ik kan me nog de blik van mijn schoonouders herinneren, toen ik hen mijn ‘babyhandleiding’ overhandigde tijdens een oppasavond. Verbaasd, maar ze konden er wel om lachen. Ik vond het zelf ook wat apart, maar wél handig. Het zou toch zonde zijn als er niks met mijn opgedane kennis zou gebeuren.
In de jaren erna legde ik ook de taalontwikkeling van mijn kind vast in een mapje. Wat waren de eerste geluiden? Op welk moment ging het van ‘geluid’ over naar ‘taal’? Welke woorden kwamen er wanneer? En wat later: wat waren opvallende uitspraken? Zoals dat onze driejarige zag dat onze kat een natte staart had van de regen en het beestje erop wees ‘dat hij was doorgelekt’. Enfin. Noteren deed ik jarenlang. En op een gegeven moment vergat ik het. Mijn mapjes bleven onberoerd en raakten uit zicht.
En nu open ik bij toeval zo’n mapje.
De peuter is intussen al lang en breed een puber, die wél kan praten. En wat er niet wordt gezegd, dat kan ik bij die puber nog steeds uitstekend lezen. Ik voel alleen niet meer de behoefte dat te noteren en er een systeem op los te laten. Daar zijn pubers niet bij gebaat. Die zijn lekker inconsistent ook.
De mapjes terugvinden is een onverwacht cadeautje. Alsof ik in een tijdmachine reis naar een tijd die je maar één keer meemaakt, maar ik nu eventjes twee keer. Toen ik de mapjes aanlegde, wist ik nog niet dat ik autistisch ben. Zou het erbij horen? Ik heb anderen nooit gehoord over dergelijke studies en mapjes. Het is misschien wat onconventioneel, maar het is wél geweldig alles weer terug te zien. Al is het voor de tijdreis. Mijn puber was namelijk héél even weer een baby. En dat is toch ook wel heel bijzonder om mee te maken. Ik, en mijn mapjes.
Foto credit portretfoto Maaike: Raffaella Gargiulo
Daar is een woord voor
Benieuwd naar Maaikes boek Daar is een woord voor? Hij is nu te koop in de boekwinkels of hier online. Je vindt daar ook een inkijkexemplaar!
Je kunt Maaike natuurlijk ook volgen op Instagram!






Geen reacties