Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (7 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.
‘Mam, mama!’ Mijn dochter staat opeens naast me en kijkt me met paniekogen aan. Ik zet mijn glas wijn neer en probeer te ontdekken wat ze bedoelt. ‘De knikker mama’, ze wijst naar haar keel, ‘ik heb ‘m doorgeslikt!’ Niet-begrijpend kijk ik haar aan en scan ondertussen haar gezicht. Ze is niet blauw aangelopen en haalt diep adem. ‘Echt waar mama, ik heb de knikker doorgeslikt!’ In ieder geval het “goede” keelgat, zie ik al snel.
Ik denk terug aan de snelle stofzuigsessie vanmiddag die ik deed vlak voordat mijn vriendinnen zouden komen borrelen. De kleine knikker die ik opraapte, zie ik al een aantal jaren niet meer als levensbedreigend voor mijn kinderen en dus legde ik het glimmende ding op de salontafel. En nu zit die betreffende knikker in de slokdarm van mijn dochter.
Steek je vinger in je keel
In een vlaag van paniek sleur ik haar aan een arm mee naar de wc. ‘Steek je vinger in je keel’, beveel ik haar ferm doch vriendelijk. Ze snapt niet wat ik bedoel. Maar die knikker moet eruit, denk ik. Daarom besluit ik haar een handje, of nou ja, een vinger te helpen. Ze kokhalst, spuugt een beetje, maar de knikker is nergens te bekennen.
Terwijl ze vraagt of ze nu doodgaat, besluit ik de huisartsenpost te bellen. De telefoniste die ik aan de lijn heb is rustig en stelt me vragen. Of ze blauw is (nee), of ze kan ademhalen (ja), of ze alert is (behoorlijk) en hoe groot de knikker is (kleiner dan een centimeter doorsnede). Na even overleg stelt ze me gerust, de knikker komt er wel weer uit, alleen niet zoals die binnen is gekomen.
Deze eerste hoop wordt de taak van mijn man
Vanaf dat moment is elke wc-gang een klein drama voor onze knikkerslikker. Ze is nogal bang om een knikker uit te poepen, bang dat het pijn zal doen. Maar als ik een dag later haar indrukwekkende eerste drol op een bedje van wc-papier zie liggen, kan ik haar verzekeren dat ze van die knikker waarschijnlijk niets zal voelen. Deze eerste hoop wordt de taak van mijn man, hij controleert de bruine trui op iets glimmends, maar helaas is de drol leeg.
Een dag later is het mijn beurt. En jahoor: stront aan de knikker! Alsof we een diamant bewonderen, kijken mijn dochter en ik in de pot en zien we tussen als dat bruins iets glimmen. ‘Dat is ‘m’, gilt ze trots. Zelfs na het doorspoelen blijft de knikker nog lang liggen daar onder in de wc. Vanwege zijn gewicht wil hij niet mee het riool in. En dus ligt de knikker nu, uiteraard goed gewassen, weer bovenop de knikkerbaan, waar die hoort.





Geen reacties