licht ontvlambaar
Lees

Ontploffingsgevaar

Marloes is moeder van Willem (8 jaar) en Guusje (6 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.

Het is even na half elf ’s avonds als ik in mijn campingstoel plof en een groot glas wijn inschenk (ja, groot, want kleine glazen zijn voor mensen zonder temperamentvolle kinderen). Mijn schoonzus kijkt me vragend aan. ‘Ik ben het soms zó zat hè, dat temperament van die meid,’ flap ik eruit. ‘Ik kan er zo machteloos, boos en gefrustreerd van raken.’

Nog geen half uur eerder staat mijn dochter tegenover me. Gillend. Want ze is écht niet moe. Ze wil nog zwemmen. En óók nog naar de trampolines, want dat had ze afgesproken. Met gebalde vuisten stormt ze op me af. Ik pak haar knuistjes en trek haar op schoot, ondertussen luisterend naar het eindeloze gebruljank over alles wat ze nog zo graag wilde.

Wat moeten de andere campinggasten nu denken

Tijdens de orkaan van woorden, denk ik aan wat de andere campinggasten nu moeten denken: Dat ik alles maar toelaat. Wat een verwend nest. Ik moet optreden. Streng zijn. Dreigen. Straf geven. Maar ergens daaronder fluistert ook een ander stemmetje: Weet je nog, de moeder die je wilt zijn? Voor háár. Nu. Op dit moment.

En dus blijf ik zitten en houd haar vast. De afspraken herhalend die we al lang samen hadden gemaakt. Natuurlijk wil ik liever keihard terugschreeuwen. Haar toesnauwen dat ze “normaal” moet doen. Dreigen met geen ijsje, geen schermtijd, helemaal niks meer überhaupt (behalve zuurstof). Maar diep vanbinnen weet ik: dat helpt geen zak. Het is alsof je extra spiritus gooit op een al brandend vuurtje.

‘Ik vind het juist zo knap van je dat je altijd zo rustig kan blijven,’ zegt mijn schoonzus ineens. En ik besef: misschien is dit het wel. Dit is mijn manier. Niet straffen, niet ontploffen, maar blijven zitten in de storm. Zo’n storm houdt het tenslotte ook wel levendig (én realistisch) op de camping. 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter