Lees, Tiener

Met de puber op de camping

Natanja blogt over haar leven als moeder van een zoon van 12 en een dochter van 14. En over zichzelf natuurlijk ðŸ˜‰

We zaten deze zomer op een camping vol kruipende, rennende en fietsende kleintjes. Mijn twaalf- en 14-jarige leken er reusachtig bij. Ik knikte begripvol naar moeders die rondzeulden met krijsende kinderen die Niet. Wilden. Douchen, en naar vaders die met hun newborns in een draagzak krampjes wegwandelden, en was vooral blij dat ik die fase achter de rug heb. 

Toch miste ik ook iets. Kleine kinderen vinden hun ouders over het algemeen fijn gezelschap. Ze zijn blij met hun flessen warme melk en broodjes chocoladepasta, en waarderen je troost als ze hun blote teen tot bloedens toe om een tentharing vouwen. Mijn 14-jarige vindt mij geen fijn gezelschap meer. Zij klaagt dat er niets te eten is, jat mijn scheerschuim, praat in memes en kan alleen maar overleven tussen soortgenoten. Ze houdt mij liever uit haar buurt. 

Toen vriendin op de camping werd afgeleverd, verdween dochter uit beeld.

Om haar zomer wat minder tergend te maken besloten we een vriendin uit te nodigen die een paar nachten bij haar in de tent mocht, en dat was een goede zet. Haar broertje vindt ze ‘een schatje’, maar die is twaalf. En een jongen. Toen vriendin op de camping werd afgeleverd, verdween dochter uit beeld. Joelend fietsten ze over de camping, richting wifi-spot of zwemwater. Af en toe kwamen ze noedels in een pan gooien of een zak chips uit het voorraadkastje trekken waarna ze slingerend over het veld weer vertrokken.

Op het voetbalveld verzamelden zich iedere avond de schaarse hoeveelheid tieners in de vorm van een groepje breedgefitnessde jongens. Waar dochter de eerste avonden ‘echt niet’ bij het voetbalveld ging kijken, durfde ze na aankomst van haar vriendin ineens wél in de groep te stappen. 
Toen besloot ik voor de leuk ook eens bij dat veld te gaan kijken, gewoon, als geïnteresseerde en liefhebbende ouder. In de verte zag ik dochter en vriendin als een symbiotisch duo heen en weer rennen. Zelfde grijze joggingbroek, zelfde hemdje, ze gingen zelfs gezamenlijk van links naar rechts, alsof er een magnetisch veld tussen zat. 

Haar ogen staan fel.

Terwijl ik dit alles met genoegen vanaf de zijlijn observeer, krijgt dochter me opeens in de gaten. 
‘Mám!’ zegt ze terwijl ze op me afsluipt.
‘Wat. Doe. Je.’ 
Haar ogen staan fel. Niemand op het veld mag weten dat ik bij haar hoor. 
‘Hai!’ zeg ik vrolijk. 
‘Ga. Naar. De. Tént!’ sist ze. 
‘Hoezo?’ zeg ik.’Ik dacht, ik doe een potje mee!’ en doe alsof ik mijn trui uit wil trekken. 
‘Mam!’ Ze wil gillen, maar niet de aandacht trekken. Een hoog piepje verlaat haar keel. ‘Nee! Ga! Weg!’
‘Oké, oké, zeg ik,’ mijn handen verzoenend in de lucht. ‘Ik laat je gaan. Psst, leuke jongen, die keeper.’
Een dodelijke blik volgt. En ik druip af.

Een half uur later keren de meiden terug naar de tent. ‘Wij gaan slapen mam,’ fluistert dochter. 
‘Zal ik nog een extra deken voor jullie pakken?’ vraag ik. 
‘Graag!‘ hoor ik. Even later hurk ik voor de tent, gooi een wollen deken over de dames en stop hun voeten goed in. 
‘Dankjewel mam,’ klinkt mijn dochter. ‘Love you.‘ 

Het blijkt maar weer, zoveel verandert er niet in 14 jaar. Van je je peuter hou je én je kunt ze soms achter het behang plakken, bij pubers is het precies hetzelfde. Ze passen alleen niet meer in de draagzak. 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter