Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (7 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.
Het is iets na half negen op zaterdagochtend als ik plaatsneem op het houten bankje naast het zwembad. Aan de overkant van het bad zit mijn dochter te wachten. Gespannen wiebelt ze met haar benen. Ik zit allesbehalve op mijn gemak. Zal ze dit keer in één keer door het gat duiken? Zal ze de koprol vanaf de kant wel willen maken? Ik ken haar inmiddels een beetje en na meer dan honderd zwemlessen weet ik ook hoe dit kan gaan.
Zo onopvallend mogelijk trek ik ondertussen mijn bikinislip uit mijn bilnaad. Bij het afzwemmen voor het C-diploma moeten namelijk de ouders mee watertrappelen. En waar ik daar bij mijn oudste nog onderuit kwam, geldt dat deze keer niet. ‘Jij moet mee, mama.’ Dus vraag ik me af of dat gespannen gevoel in mijn buik echt door dat gat en die koprol komt, of toch door het vooruitzicht dat ik straks met mijn witte winterhuid het water in moet.
Eén voor één springen de afzwemmers, met kleding en jassen en al, het water in.
Eén voor één springen de afzwemmers, met kleding en jassen en al, het water in om hun baantjes te trekken. Afzwemmen voor C duurt lang. Lang genoeg om mijn gedachten alle kanten op te laten gaan. Naar de eerste keer dat ik hier binnenkwam, bijna vijf jaar geleden, met mijn oudste als kleuter. Ouders op anderhalve meter afstand, kinderen snel omkleden en na afloop precies een kwartier om weer te verdwijnen voordat de volgende lichting naar binnen mocht.
Ik denk aan al die keren zweten aan de rand. Aan het praten, sussen en motiveren van kinderen die niet wilden. Aan het hopen op dat ene briefje voor het afzwemmen. En de keren dat het er niet kwam. Aan borstcrawls die meer op verzuipen leken en rugcrawls die eindigden in botsingen. Aan de juffen en meesters met engelengeduld, haken en harde stemmen. Mensen die mijn kinderen leerden wat misschien wel het belangrijkste is: hoe ze niet moeten verdrinken.
Ah toe, mag het vandaag wel?
Ik denk aan de discussies bij de snoepautomaat. “Ah toe, mag het vandaag wel? Voor één keertje?” Aan een jaar geleden, toen de badmeester zei dat Guusje het zo moeilijk had. Aan het moment dat ik echt dacht dat ze misschien nooit zou afzwemmen, niet eens voor A.
En kijk haar nu. Druipend stapt ze, met jas en al, het water uit. “Zijn we al klaar?” vraagt ze. Ik schud mijn hoofd. Nog heel even. Nog een paar baantjes. Nog één keer door dat gat. En dan is het zover. Ze kijkt naar me, ik knik. Haar hand, nat, een beetje rimpelig, glijdt in de mijne. We springen. Samen. Aftellen tot nul. Tot nooit meer zwemles. Ik voel haar hand nog even stevig knijpen onder water. Trots, opluchting, blijdschap. Van haar, maar misschien nog wel meer van mij. Gelukkig is mijn gezicht al nat.





Geen reacties