Lees

Negen

Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (6 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.

‘Kunnen we naar huis? Ik vind het saai hier.’ Met een zucht draai ik me om naar mijn 9-jarige zoon. We zijn net krap een half uur in Naturalis en nu wil meneer alweer naar huis. Zijn zusje en neefje lopen nieuwsgierig rond en ook al zijn we hier voor de dertigste keer, er is altijd wel wat nieuws te ontdekken. ‘Ik had nooit mee moeten gaan,’ klaagt hij verder. ‘Was ik maar thuis gebleven, waarom kies ik toch altijd het verkeerde,’ jammert hij erachteraan. Als klap op de vuurpijl botst hij net iets te hard, net iets te expres, tegen zijn zusje aan.

Terwijl ik mijn dochter behoed voor een woede-uitbarsting, geef ik mijn zoon een blik die ik hem tegenwoordig wel vaker geef. ‘Is dit nou echt nodig?’ In de zaal met de dino’s rennen Guusje en ons neefje voor ons uit. Ik sla een arm om mijn zoon heen. ‘Gaan we nou al?’ zegt hij met een zeurstem. Ik beloof hem dat we alleen nog even de dino’s bekijken en daarna naar huis gaan. Zwaar hangt hij tegen me aan. ‘Wil je me optillen?’

Vanbinnen woedt een strijd

Ik schiet in de lach en kijk hem aan. Met zijn één meter vijftig en zo’n veertig kilo is optillen eigenlijk geen optie meer, hoe graag ik dat ook zou willen. ‘Optillen doe ik niet,’ zeg ik, ‘maar ik wil wel je hand vasthouden.’ Boos stampt hij weg, de trap af richting de uitgang.

Zo lijkt hij al een hele vent, met zijn lange benen en dat lijf dat overal net te groot voor is, maar vanbinnen woedt een strijd. Van ‘kijk mij eens hoe groot ik al ben’ tot ‘ik wil klein blijven’. Ik zie het als ik hem nog een knuffel wil geven op school, of als hij bij het zwembad met een schuin oog de tieners in de gaten houdt. En ik merk het in zijn besluiteloosheid over zo’n beetje alles tegenwoordig. Als ik meega mis ik dit, als ik dit doe mis ik dat. Hij lijkt voortdurend bang om de verkeerde keuze te maken en komt daardoor soms helemaal vast te zitten.

Die spanning zoekt een uitweg. In gemopper, in flauwe opmerkingen, in net iets te hard, net iets te expres tegen zijn zusje aan botsen. Niet omdat hij zo wil zijn, maar omdat hij zelf ook niet goed weet waar hij moet blijven met alles wat er vanbinnen gebeurt. En gelukkig, ineens, valt dan het masker af. Dan kruipt hij ’s avonds tijdens het Jeugdjournaal met dat enorme lijf bij me op schoot en lijkt alles even stil te vallen. Alsof hij daar, voor een moment, even niet hoeft te kiezen.

Vorige bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter