Marloes is moeder van Willem (8 jaar) en Guusje (6 jaar), en sinds kort zij-instromer op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.
‘Hoe laat moeten we er ook alweer zijn’, vraag ik mijn man op zaterdagavond terwijl hij op de bank ploft. ‘Half twee, dat had ik al gezegd.’ Ja, dat had hij al gezegd, maar in mijn hoofd moet alles altijd dubbel gecheckt geworden. Morgen is dé grote dag van zijn beste vriend. Mijn man is getuige. Het bruidspaar heeft zelfs een overnachting -voor ons hele gezin- geregeld in een b&b aan de overkant van de trouwlocatie. Niet zomaar een dag dus.
En zo begin ik te rekenen. Als we om half twee moeten aankomen, en het is een uur en een kwartier rijden, dan moeten we uiterlijk om kwart voor twaalf de auto in, berekend met mijn ruime marge voor paniek en oponthoud. Vier uur van wekker tot vertrek, dat moet lukken.
De dag begint optimistisch
De volgende ochtend begint dan ook optimistisch. Croissantje. Koffie. Tot mijn man zegt: ‘Ik ga nog even naar mijn werkplek, moet mijn speech nog schrijven.’ Mijn hoofd: error. Mijn hartslag: omhoog. Want die speech en zijn pak zijn het enige waar hij aan moet denken. Maar mijn lijst? Tassen. Snacks. Clutch. Reservekleren. Sneakers voor na de hakken. Boekjes. Spelletjes. Panty zonder ladder. Lippenstift. Haarlak. Overnachtingsspullen. Als een tornado vlieg ik door het huis.
Tegen de tijd dat ik uit de douche stap en op de klok kijk, is het opeens half elf. De kinderen zitten nog in pyjama. Ted is nergens te bekennen. Overal liggen hoopjes spullen, maar nog niets is echt ingepakt. Ik voel mijn binnenste overschakelen van “we redden dit” naar “dit gaat helemaal mis”.
Ik roep iets lelijks
Ik stuur een paniekerig appje naar mijn echtgenoot, roep als hij even later thuis is iets lelijks over mentale verantwoordelijkheid. Dat het niet oké is dat ik de enige ben die de gezinschecklist in haar hoofd heeft. Dat een speech ook ná het inpakken geschreven had kunnen worden, nee, veel beter nog: die had vorige week al af moeten zijn!
Maar goed. Tien voor twaalf zitten we — wonder boven wonder — tóch in de auto. Schone kinderen. Make-up on point. Iedereen ademt. Alles in de auto. Tot we stiltsaan. Er komen zwaailichten en een bergingswagen voorbij. De aankomsttijd op Google Maps loopt snel op. Zwijgend en met klotsende oksels staren we voor ons uit. Na dertig zenuwslopende minuten stilstaan kunnen we weer rijden, met nog precies een uur op de klok.
En je raadt het al. Om 13.29 uur stappen we uit. Gekapt. Gestreken. Georganiseerd. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Alsof ik niet sinds dat croissantje vanmorgen al dertien levens heb geleefd. Het feest kan beginnen.





1 Reactie
Haha.
Zooo herkenbaar.
In alles.