Marloes is moeder van Willem (9 jaar) en Guusje (6 jaar), en leerkracht op een basisschool. Ze blogt over haar rommelige en drukke leven.
‘Goedemiddag, u spreekt met de beveiliging van Toverland.’ Ik doe mijn best om een diepe zucht te onderdrukken en luister aandachtig naar de mannenstem aan de andere kant van de lijn. ‘Ik sta hier met Guusje. Ze is alleen en verdwaald.’ Alleen en verdwaald? Serieus? Wat dacht je van: eigenwijs en weggelopen? Maar ik slik mijn woorden in en luister naar de ophaalinstructies.
Twintig minuten vóór het telefoontje van de beveiliger sta ik bij te komen van een rondje door een “fun” house en probeer ik voorzichtig al mijn wervels weer recht te lopen, als mijn dochter de volgende attractie alweer in het vizier heeft. ‘Wacht even, dan halen we eerst papa en de spullen.’ Mijn zoon pakt gedwee mijn hand en loopt alvast de goede richting op, terwijl mijn zesjarige protesteert. Dat ze nú naar de zweefmolen wil. Dat ze niet heeeeeeelemaal terug gaat lopen naar het terras, wat overigens twintig meter verderop is.
‘Ik ga gewoon hoor! Ik ga weg!’
‘Guus, kom op. We zijn in een pretpark. We halen papa en de spullen en dan gaan we met z’n vieren naar de zweefmolen.’ Blijkbaar was dat een voltreffer tegen haar zere been, want geheel volgens haar karakter gaat ze weer eens van 0 naar 100 in tien seconden. ‘Ik ga gewoon hoor! Ik ga weg!’ Een poging haar arm te pakken mislukt. Ze glipt letterlijk door mijn vingers en zet koers richting de zweefmolen.
Aan mijn andere arm hangt mijn zoon. ‘Waarom luistert Guus nou nooit?’ Veel tijd om hem op zijn eigen gehoor te wijzen heb ik niet. Ik loop naar mijn man en stel hem op de hoogte van onze dramaqueen. Met z’n drietjes lopen we naar de zweefmolen. Ik overstrek mijn nek op zoek naar haar knalroze trui en mijn irritatie groeit. Binnensmonds vloekend snelwandel ik het hele gebied rond. Geen spoor van mijn eigenwijze kind.
Op mijn telefoon zie ik dat ze in de buurt is.
Op mijn telefoon zie ik dat ze in de buurt is. Op dit soort dagen draagt ze, blijkbaar niet voor niets, een tracker. In de tien minuten dat ik steeds bozer op haar word, maak ik me gek genoeg weinig zorgen. Totdat ik bedenk dat ze óók mee gelokt kan zijn door een vreemde. Vlak voordat ik haar visualiseer in een bedompte kelder gaat mijn telefoon.
Even later sta ik met het schaamrood op mijn kaken voor de beveiliger. Guusje staat met grote ogen naast hem. De pure onschuld druipt ervan af. ‘Oooh, wat ben ik blij je weer te zien,’ veins ik vanuit mijn tenen. Want eigenlijk wil ik zeggen dat ze voortaan haar grote mond moet houden en gewoon mee moet lopen. Maar ik bedank de beveiliger en knuffel mijn dochter, zet mijn trots opzij. We kunnen eindelijk de zweefmolen in.





Geen reacties