Priscilla verruilde in 2021 haar drukke leven in Nederland voor het eilandleven op Curaçao. Afgelopen maand is ze met haar man en vier kinderen (drie meisjes van 7, 9, 10 en een jongen van 13) teruggekeerd naar Nederland. Je leest hier hoe haar dat bevalt.
“Dat is toch geen excuus, dat jullie in het buitenland hebben gewoond?!” schreeuwt een oudere dame naar me als ik verontschuldigend zeg dat mijn dochter nog niet zo lang in Nederland fietst. Ik sta met met mijn dochter op de fietsbrug vlakbij huis. We fietsten met onze goedgevulde tassen van het winkelcentrum naar beneden toen zij per ongeluk – nét in de bocht – zachtjes tegen de fiets opbotste van de vrouw die op het fietspad met een vriendin stond te beppen. Ik had terug willen schreeuwen, maar geef ik dan het goede voorbeeld aan mijn kind?
We zijn ruim een maand in Nederland en dat fietsen blijft, als een irritant overgebleven sinaasappelstukje tussen je tanden, een dagelijks gespreksonderwerp. “Kijken jullie alsjeblieft uit met oversteken?” blijf ik herhalen. “Links, rechts, links. Pas op! Als je links afslaat, eerst je hand uitsteken, daarna je hoofd omdraaien naar achteren, recht blijven fietsen en héél goed kijken, echt heel goed kijken hè en dan pas oversteken.” Zucht.
“Dat heb je al honderd keer verteld, nou weten we het wel,” antwoordt een van de meisjes met rollende ogen.
Mam, nee! Ik ga écht niet op een fietscursus!
Ook mijn 13-jarige zoon denkt dat hij goed kan fietsen, hoewel hij op Curaçao amper heeft gefietst. Sterker nog, ik vermoed dat hij maximaal vijf verkeersborden kent. Zijn middelbare school op het eiland was op nog geen vijf minuten fietsen van onze woning. Op de Cariben had hij ‘alleen’ last van loslopende straathonden, de hitte, blaffende honden achter hekken, een overstekende leguaan, gaten in de weg en hooguit een auto die veel te hard reed. Oók gevaarlijk, maar anders.
“Mam, nee! Ik ga écht niet op een fietscursus,” roept hij vastberaden als ik mijn twijfels uit over zijn fietsgedrag. “Ik ben een middenvelder. Ik kijk naast mij, voor mij, achter mij en dan gaan!”
Hier in Nederland fietst hij met een ouderwetse fiets naar school en wordt links en rechts ingehaald door gesjeesde jongeren én bejaarden op Fatbikes. En dan zijn hier ook nog veel brommers, motoren, skaters, taxi’s, vervoersbussen, trams et cetera.
“Welkom terug in Nederland”, grapt een vriendin, als ik haar later die dag vertel over mijn fietsfrustraties en de boze dame op de brug.
Alsjeblieft, breng mij terug naar de godvergeten hitte van Curaçao. En de ‘fietsloze straten’ met haar enorme gaten in de weg…
Ayo,
Priscilla
p.s. Inmiddels fietst mijn zoon met een vriend naar Amsterdam. En als we vragen of het goed is gegaan, zegt hij: “Ja, mam. We hebben het overleefd dus het ging top.” Een kwestie van loslaten. En een goed onderwerp voor een ander blog!





1 Reactie
“Ik ben een middenvelder” haha