Michelle is getrouwd met Marcel en moeder van Amber (11) en Nova (6).
Paniekerig scan ik het mierennest van kinderen die zojuist van hun skilessen zijn teruggekomen. Alle leeftijden krioelen door elkaar heen en ik zie Nova nergens. Mijn hartslag zit inmiddels in mijn keel want ik zag haar net ook niet bij de Franse skileraar waarmee ze vanmorgen de berg op is gegaan. In mijn gedachten ligt ze nu dus ergens in een ravijn.
‘Excuse me, where is my daughter?’ vraag ik hem Hollands direct.
‘Zer are four groupz of zis level, you have to wait,’ legt hij uit.
‘Yes, but she left with YOU!’
Ik zie dat mijn frustratie hem ongemak geeft
Het maakt me boos dat ze al vier dagen met die knakker op pad is, maar hij haar kennelijk niet heeft onthouden. Ik zie dat mijn frustratie hem ongemak geeft, maar dat interesseert me nu even helemaal niets.
‘She wears pink skipants and a black jacket,’ ratel ik door en baal dat ik haar die ochtend niet in een fluorescerend skipak met knipperende kerstlichtjes en een heliumballon aan haar helm de piste op heb gestuurd.
De skileraar wijst vragend naar een ander meisje met een roze skibroek. Wel ja, ik neem gewoon een ander meisje mee, daar komt vast geen gezeik van, denk ik. Dus ik schud wild mijn hoofd.
‘Is her name Juliet?’
‘No! NOVA!’ roep ik en ik snap niet dat hij daar zo schouderophalend kan staan. Maar mijn horeca-Frans is niet afdoende hem hierover de les te lezen. Ik kijk nog eens goed om me heen, in gedachten heb ik de flyers met Nova’s foto al uitgeprint.
Als ik met mijn want mijn wangen droogveeg, zie ik ineens -tussen alle kinderen- mijn lieve Noofje heel relaxt op haar skietjes vooruitschuiven. ‘She’s over there!’ gebaar ik naar de skileraar en ren naar haar toe.
Waar was je??
‘NOOF!’ roep ik als ik haar onderwerp aan een stevige en lange omhelzing. ‘Waar was je??’
Mijn zesjarige kijkt me met gefronste wenkbrauwen aan.
Na wat doorvragen vertelt ze me een onsamenhangend verhaal dat ze aan het eind van de les achter de meester aanging, ineens honger kreeg en dus besloot haar mini-Bounty te eten die ze in haar jaszak had. Toen ze opkeek en haar meester niet meer zag was ze maar achter een willekeurige andere leraar in een rood skipak aangegaan.
‘Nova, GOED de meester volgen, hij heeft een groene skibril en gestreepte muts,’ zeg ik de volgende dag een keer of vijfhonderd.
‘JAHAAA!’ is haar antwoord. Maar dat maakt me niets uit, want voor hetzelfde geld waren we nu het skigebied aan het uitkammen met speurhonden.
De meester durf ik ondertussen niet aan te kijken, denkend aan mijn gedrag van gister. Hij heeft het met zijn collega’s vast uitgebreid gehad over die hysterische moeder van dat meisje met die zwarte jas en roze broek
Maar goed, hij onthoudt haar nu wel.





Geen reacties