Lees, Tiener

Chillen

‘Hoe laat moet ik thuis zijn?’

Mijn zoon kijkt me ongeduldig aan.

Ik denk koortsachtig na, als ik die snel antwoord is mijn watervlugge kind alweer vertrokken. Wat is een normale thuiskomtijd voor een dertienjarige op zaterdagavond? En waarom weet ik zoiets niet?

‘Tien uur.’ Het klinkt te vragend.

‘Half elf.’ De deur klapt dicht. 

Toen de avondklok verdween, de middelbare scholen (half) openden en de zomertijd kwam, werd mijn tiener ineens echt een tiener die ’s avonds op een nabijgelegen voetbalveld ging chillen met vrienden. Ik was blij, corona, winter en gamen, het was niet goed voor hem, niet goed voor ons. Ik had me zorgen gemaakt, over cijfers, een Playstation- en telefoonverslaving, het gebrek aan contact met leeftijdsgenoten. ‘Ga maar,’ zei ik daarom enthousiast. ‘Veel plezier!’

Al snel wilde hij elke avond chillen. Vroeg om Axe deodorant. Een Nappapijri jas. Een scheerapparaat. Hij sloot de badkamerdeur hermetisch af (de ontwikkeling naar geheel uit zichzelf douchen vond ik overigens een erg positieve) Duwde dagelijks met de bolle kant van een lepel tegen zijn neus (‘dan wordt ‘ie dunner’) Blockte mij op Instagram. Klaagde over zijn gebrek aan armspieren. Zijn stem werd rasperig. Hij appte alleen nog in geheimtaal: ‘isg’ ‘lm’ ‘hlt’ ‘pls.’ Ik moest omhoog kijken als ik hem een knuffel gaf. Hij noemde mij kleintje, afgewisseld met broer.

‘Het gaat zo snel,’ zeg ik die zaterdagavond als mijn man even na tien uur de honden uit gaat laten. ‘Ik ben er nog niet klaar voor.’ Want ook al is hij al dertien jaar de dwarsheid zelve, hij was dwars binnen mijn bereik. En nu wist ik niet wat hij, met zijn thrillseekerige karakter, aan het doen was. En met wie. Hij logeert bij vrienden die ik niet ken, vertelt over nightskips, laat trots filmpjes zien van winkelkarraces in een parkeergarage waar ik krampachtig om lach, boys will be boys, en alles beter dan dat eindeloze Fortniten, maar wat als dat karretje tegen een auto aan was geklapt? Eik luister naar verhalen over oudere jongens op de chillplek met kleine flesjes drank. ‘De naam was iets met een F. En een grappige tekening. Ik heb het niet gedronken hoor.’

‘Flügel? En fijn.’ Ik had geprobeerd mijn stem rustig te laten klinken.  

‘Ik ga nog lang geen alcohol drinken hoor mam, ik ben geen tokkie.’

‘Wanneer denk je dat wel te gaan doen?’ Ik had een neutrale stem opgezet.

‘Als ik ouder ben. Veertien ofzo.’

Dat antwoord stelde me niet gerust en als hij – natuurlijk – niet om tien uur thuis is, neem ik me voor om binnenkort nog een keer het gesprek over alcohol en groepsdruk te voeren.  

Om half elf trilt mijn telefoon. ‘Hoe laat moet ik thuis zijn?’

‘Een half uur geleden.’  

‘Ik ben wss om 45 thuis.’

Een kwartier later licht mijn telefoonscherm weer op. ‘Mag ik mee fietsen met T. en zijn zus? Ze komt hem zo ophalen.’

‘Ik ga meteen naar bed.’

‘En morgen niet naar buiten.’

Ik overweeg wijn. Mijn man is boos. De klok tikt door.

‘Ik ben bijna thuis. Ze fietsen niet zo snel.’

‘Eeeeeuhm.’

‘Er is iemand geflikkerd.’

‘Die zijn we aan het helpen.’

‘Heb ik een probleem?’

Het is half twaalf. Ik denk weer aan de Flügel en app dat zijn vader hem komt halen. 

‘Neee!!!’

‘Ik ben wss om 45 thuis.’

‘Zijn jullie boos?’

‘????’

Vijf minuten later is hij binnen. Met verhalen, excuses, knuffels. Ik zucht en voel me net mijn moeder. In bed bedenk ik me dat dat het ook zo moeilijk maakt. Toen ik zo oud was als hij hing ik aan de bar met bessenjenever. Het lijkt nog maar zo kort geleden. Ik ben er nog niet klaar voor.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter