Lees

Hulptroepen

Natanja blogt over haar leven als moeder van een zoon van 11 en een dochter van 14. En over zichzelf natuurlijk 😉

‘Dat wordt de komende maanden héél rustig aan doen. Je arm sowieso niet heffen. Ik hoop niet dat je in drukke tijden zit?’ De orthopeed kijkt me aan vanachter zijn computer. Zojuist heeft hij met een dikke injectienaald in mijn schouder lopen frotten waar een partij kalk zich als een bergmassief heeft opgehoopt. Samen met een slijmbeursontsteking het recept voor maandenlange jénkende pijn. De behandeling van vandaag moet verlichting brengen, maar dat kan nog wel even duren. 

‘Nou,’ zeg ik, in antwoord op zijn vraag. ‘Ik moet mijn huis verkopen.’ 
‘Ha!’ lacht hij, alsof ik een grapje maak. Hij zegt nog net niet dat ik dat op mijn buik kan schrijven, maar zijn gezicht spreekt boekdelen. 

In de auto naar huis jank ik de ogen uit mijn kop.

In de auto naar huis jank ik de ogen uit mijn kop. Van die klotenaald, van de vrijgekomen adrenaline, van de frustratie en de pijn, en van de to-do lijst die zich in mijn hoofd heeft gevormd. Mijn huis moet tot showroom worden omgetoverd, want op Funda moet het lijken alsof er niemand woont, met blinkende ramen en een totaal gebrek aan fotolijstjes en prullaria – zelfs je toiletborstels moet je verbergen. En dan heb ik nog vele vierkante meters tuin die op orde moeten worden gebracht. 

Die avond spreek ik een vriendin. Semi-lacherig vertel ik over mijn doktersafspraak, en dat ik de verkoop beter even kan uitstellen. ‘Ja, dat gaat natuurlijk niet,’ zegt ze. ‘Je moet om hulp vragen, hoor. Echt. Ik wil je dolgraag komen helpen.’ 
‘Ja, ach,’ zeg ik. ‘Kweetniet. Ik kan de kinderen wel inschakelen. Het valt vast mee.’ 

De dag erna denk ik door op wat ze zei. Het valt namelijk niet mee. Het is echt klereveel werk. Vooral met één werkende arm, en een man die ook tot over zijn oren in het werk én de klussen zit. Dan besluit ik dat ik te oud en wijs ben om heldhaftig te doen alsof ik het allemaal wel alleen kan. Dat heeft me nog nooit iets opgeleverd. Ik denk aan een reel op Insta, waarin een groep vrouwen zich verenigden om pas bevallen moeders in hun buurt een dag te helpen met het huis poetsen en de was opvouwen. Misschien kan ik ook zo’n groep regelen, want dit zou je ook een bevalling kunnen noemen. Aarzelend maak ik een appgroep aan. ‘Hulptroepen’, noem ik het. Ik gooi er een set vriendinnen in, leg mijn verhaal uit, en dartel daarna wat doelloos rond. 

Dan komen de hartjes, lieve berichtjes, mogelijke data en vragen binnen.

Dan komen de hartjes, lieve berichtjes, mogelijke data en vragen binnen. In de weken erna staan de leden van mijn hulptroep een voor een voor mijn deur. Voor – en achtertuin worden gesnoeid, onkruid wordt gewied, alles wordt aangeharkt. Alle ramen worden van binnen en buiten gezeemd en de gebutste voordeur krijgt een nieuwe laag verf. Ik vraag mijn pubers dozen te sjouwen, die brengen we richting opslag. Ik kan het niet laten toch wat te doen, want ga maar eens op je handen zitten, maar in mijn eentje had ik dit nooit voor elkaar gekregen.
Een vriendin merkt op hoe gezellig ze het vindt om met emmers en snoeischaren in de weer te zijn en samen koffie te drinken als pauzemoment. ‘Is weer eens wat anders dan standaard bijpraten’. Ik knik, het is zeker weer eens wat anders. En los daarvan, bedenk ik me, wat is het fijn, om even op anderen te kunnen leunen. Zelfs met een zere arm. 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter