Vorige keer vertelde Sanne over hoe ze worstelde met aanwezig kunnen zijn bij een theaterlespresentatie van haar zoon. Hier lees je hoe het verder gaat.
Ik trap de fietsstandaard naar beneden, zet m’n fiets op slot en gris m’n telefoon uit het houdertje aan m’n stuur. De routeplanner van Google klik ik weg. Ik zie dat het exact kwart voor vijf is als ik het buurthuis binnen loop.
Op het moment dat ik over de drempel stap, gaat er een confettikanon af. Er hangt een groot spandoek met ‘JIJ BENT ECHT EEN GOEDE MOEDER!’ en er begint een fanfare te spelen. Dansmariekes gooien hun benen en majorettestokjes in de lucht. En er komt iemand naar me toe die door een megafoon roept: ‘Daar is ze! De vrouw die het állemaal voor elkaar krijgt!’
Nee. Zo gaat het niet.
‘Nou,’ zegt de theaterjuf zuchtend, als ik binnenkom. ‘Dan moeten we voor jou nog even een extra stoel pakken, want dat past nu niet meer.’
‘Ik kan anders wel hier…’ mompel ik en schuifel naar een tafel achter het rijtje publiek dat al klaar zit. Maar de juf heeft al een stoel van een stapel getrokken. De rij met ouders die er al zitten, past precies tussen twee pilaren in. Mijn stoel wordt aan de andere kant van de pilaar gezet.
Ze wilde al eerder beginnen,’ fluistert hij.
Als ik naar de stoel loop, buigt mijn lief vanachter de pilaar voorzichtig naar me toe. ‘Ze wilde al eerder beginnen,’ fluistert hij. ‘Ik zei al dat jij onderweg was, maar dat vond ze geloof ik niet leuk.’ Niet leuk? Het zou om kwart voor vijf beginnen. Ik ben hier om kwart voor vijf.
Als ik een beetje naar voren schuif, kan ik het goed zien. Ik zie Mees stralen. Zowel op het podium als aan de zijkant als hij naar de anderen kijkt. Zijn pretogen spetteren het publiek in. Ik klap op m’n allerhardst.
Na afloop moet hij van mij even naar de juf om te bedanken voor alle lessen. Ik sta iets achter hem als hij haar hand schudt.
‘Nou, beetje te laat, maar toch nog iets kunnen zien,’ zegt de juf tegen mij.
‘Ik was niet te laat!’ protesteer ik. ‘Ik was precies op tijd.’
De hele fietsrit naar huis houdt het me bezig. Had ze ook zo gereageerd als ik de vader was? Als ik met een serieus pak, belangrijke stropdas en een telefoon aan m’n oor waarin ik nog iets zeg over stakeholders naar binnen was gelopen? Of had ze dan wel ‘wat fijn dat je het hebt gered!’ over haar lippen gekregen? Waarom was ze ronduit onaardig? En ook al vind je er wat van, je kan toch toneelspelen? Doe maar alsof. Muts.
‘Vond je het leuk, mam?’ vraagt Mees.
‘Ik heb van je genoten,’ zeg ik.
En dat is niet gespeeld.





Geen reacties