Krissie is moeder van twee pleegkinderen. Pleegpubers inmiddels. Ze schrijft voor ons over het pleegouderschap.
‘Morgen wil ik alleen naar school fietsen.’ Met een besliste blik in zijn ogen kijkt Thomas me aan. ‘Weet je het zeker, moet ik niet nog een keer achter je aan fietsen?’ Resoluut schudt hij zijn hoofd. Hij is ervan overtuigd: dit kan hij zelf. We hebben het al vaak genoeg geoefend en als er iemand de route op zijn duimpje kent, dan is het Thomas wel.
Maar dat ene punt dan, op die rotonde waar je als fietser voorrang hebt, maar lang niet altijd krijgt? Die auto’s rijden daar soms achterlijk hard. Stel nou dat… de meest verschrikkelijke doemscenario’s flitsen direct door m’n hoofd (en helaas ben ik een beelddenker). Stoppen nu Krissie, laat het los, hij is al zestien; vermanend spreek ik mezelf in stilte toe, op extra strenge toon.
Zelfstandig naar school fietsen is zeker geen vanzelfsprekendheid voor Thomas. Zijn ontwikkeling liep altijd al anders dan gemiddeld. Z’n eerste stapje zette hij pas vlak voor z’n tweede verjaardag, praten lukte alleen na specialistische behandeling en de inzet van ondersteunende gebarentaal en omdat zijn evenwichtsorgaan niet helemaal compleet ontwikkeld is, was het lange tijd de vraag of hij überhaupt ooit zou leren fietsen. Maar ondanks zijn verstandelijke beperking wist Thomas me al keer op keer te verbazen.
‘Dat kan die van mij nog niet hoor,’ flapte ik eruit.
Zo zat ik jaren geleden op een ouderavond vanaf zo’n veel te klein kleuterstoeltje te kijken naar een PowerPoint presentatie waarop allerlei werkjes uit de klas voorbij kwamen. De creatiefste dingen waren te zien. De leerkracht legde uit dat sensopathisch werken een belangrijk onderdeel was van het lesprogramma op het speciaal onderwijs: leren door materialen te voelen, zoals bakken vol rijst, pasta en zonnebloempitten. ‘Dat kan die van mij nog niet hoor,’ flapte ik eruit toen een foto van een perfect in scheerschuim getekend poppetje in beeld kwam. ‘Euh… dit heeft Thomas gemaakt hoor,’ zei de juf verbaasd. Met grote ogen keek ik haar aan. Dat had ik hem nog nooit zien doen!
‘Het regende net wel heel hard, weet je echt zeker dat je vandaag wil gaan fietsen? Moet je een regenbroek aan, ik kan er wel even eentje voor je opzoeken?’ Thomas schudt zijn hoofd en ik zie dat hij nog net niet met zijn ogen rolt. Vastbesloten trekt hij de poortdeur achter zich dicht. ‘Doei mam, ik app wel als ik er ben!’ Vijftien minuten later heb ik een spraakberichtje: hij is er. Dit keer verbaasd hij me niet, maar een super trotse glimlach blijft wel de hele dag op mijn gezicht staan.





Geen reacties