Lees, relatie

Nooit boos

Marieke is moeder van dochter Keet (8) en zoon Faas (5). Haar leven nam afgelopen jaar een totaal andere wending toen zij en haar man Reinier ontdekten dat hun huwelijk niet stand kon houden. Inmiddels woont Marieke samen met Lara en vormen ze met haar ex Reinier een gezellige modern family.

“Ik doe het wel weer allemaal zelf!” Woedend sta ik in de keuken. Ziédend. Ik voel de agressie opstijgen, het komt vanuit mijn tenen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een gele Dopper. In een oogwenk gris ik het waterflesje van het aanrecht en smijt het zo hard als ik kan tegen de muur, aan de overkant van de keukentafel. Het lucht maar gedeeltelijk op. Doppers breken niet. “Volgens mij gaat dit niet over mij,” fluistert Lara.

Godallemachtig, wat ben ik boos. Zó boos, ik wist niet dat ik dat kon. Boos zijn past namelijk niet bij me: ik ben een rasoptimist. Op het irritante af. Ik kan er niets aan doen, echt niet. Het is een combinatie van genen, karakter en paplepel. Bij mij is het glas niet halfleeg, zelfs niet halfvol, nee, ik zoek altijd naar de kráán. Om vervolgens rijkelijk bij te tappen en het glas te vullen. Totdat er geen druppel meer inpast.

Jaren geleden had ik een burn-out. De psycholoog zei toen dat het altijd dezelfde types zijn, de opportunisten, die onvermoeibaar doordenderen om dan ineens tot stilstand te komen. Ik vatte dat op als een compliment. Sterker nog, het werd mijn doel om er de beste burn-out ever van te maken. Dezelfde eigenschappen die mij die burn-out injoegen, zouden we me er ook weer uithalen. Ha! Dat ik al een paniekaanval kreeg bij de gedáchte aan een supermarktbezoek, maakte even niets uit. Dat ik geen letter kon lezen omdat mijn brein totaal was uitgeschakeld, deed ook niet ter zake. Ik kocht stapels boeken, bezocht energetische healers, ging braaf naar de psycholoog en deed een cursus mindfulness. Ik ging deze burn-out naílen.

Schelden in verkeer? Voor tokkies.

Zo maak ik overal het beste van. Doodvermoeiend. Al mijn optimisme heeft namelijk een keerzijde. Want het mag nooit gewoon een keertje kut zijn. Accepté! Er is ook weinig ruimte voor teleurstelling. En ordinair boos worden zit er al helemáál niet in. Schelden in het verkeer? Voor tokkies. Servies kapot gooien? Nee, laten we er als volwassenen over práten.

Tot dat moment. Totdat ik mezelf een gele Dopper tegen een muur zie smijten, en ik weet niet eens meer waarom. Maar ik weet wél dat alle woede die ik in de jaren daarvoor had verzameld, zich verenigde in die ene uithaal. Mijn geliefde moest het ontgelden, maar het ging niet over dat onbenullige akkefietje. Het ging over de jaren die eraan voorafgingen. Het ging over hem. Over mij. Het ging over mijn grootste teleurstelling. Over falen.

En falen is – naast boosheid – nóg zo’n woord dat bij voorkeur niet voorkomt in mijn vocabulaire. Zoals ik ooit die burn-out benaderde, deed ik dat nu met de scheiding. Sterker nog, ik noémde het niet eens een scheiding, we waren nooit getrouwd. We gingen dus nu “op een andere manier ons gezin vormgeven.” De beste modern family van de wereld moest het worden. Een happily ever after, maar dan anders. Op onze eigen manier. Maar diep van binnen voelde ik toch dat ik had gefaald. En mijn rasoptimisme had dat gevoel keurig naar de achtergrond gebonjourd.

Lara laat me uitrazen over alles waar ik boos over ben. Als ik klaar ben krijg ik een knuffel. En een glas wijn. “Zo. Heel goed,” zegt Lara bemoedigend. “En nu ga ik een boksbal voor je bestellen.”

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter