Lees

‘Mama, wat is er met dat kindje?’ zo leg je het uit

Elise is moeder van Ties, die lichamelijk en verstandelijk gehandicapt is, en van Rijk en Loes. Ze schrijft wekelijks over haar gezin een zorgintensief kind voor Libelle.nl. Eén keer in de maand kun je haar avonturen ook bij ons lezen.

Als ik over straat loop met mijn rolstoelgebonden zoon, gaat dat nooit onopgemerkt. We vallen nu eenmaal op. Een keer wees een tegemoetkomende vader paniekerig de andere kant op en riep naar zijn dochtertje: ‘Moet je dáár eens kijken!’ Met overslaande stem, op een toon alsof Mickey Mouse, Spongebob en Sinterklaas samen gratis ijsjes stonden uit te delen. Terwijl ik voorbijliep met de rolstoel, ving ik de rest van het gesprek op. Zij: ‘Maar wat dan, papa, ik zie het niet?’ Hij: ‘Sssst. Laat maar, loop maar gewoon door.’

Ouders die hun eigen kinderen wegtrekken voordat ze iets raars kunnen zeggen, begrijp ik best. Zelf heb ik nog twee kinderen zonder beperking. De opmerking van mijn dochter (toen 4): ‘Waarom is die vrouw zo dik?’ op nog geen meter afstand van de vrouw in kwestie, kan ik me nog goed herinneren. ‘Sssst!!!’ lag op mijn lippen bestorven. Ook vragen bevriende vaders en moeders mij vaak om advies: hoe wil jij als ‘slachtoffer’ dat onze kinderen reageren? En eerlijk is eerlijk, daar heb ik dan geen antwoord op. Op goede dagen leg ik geduldig in Jip & Janneke taal uit dat de spiertjes van mijn zoon niet doen wat hij wil. Op slechte dagen heb ik zin om op het zoveelste ‘Wat hééft hij?’ heel hard: ‘NIETS HOEZO?’ te blaffen, en vergenoegd door te lopen.

Tot ik onlangs tegen dit artikel aanliep, van een moeder met een zoon met Down. Zij beschrijft zes manieren om met je kinderen over handicaps te praten. Ook zij vangt regelmatig gefluister of ge-‘ssssst’ op van ouders, en wil hen laten weten dat vragen stellen prima is. ‘Sterker nog, het is goed. We moeten vragen stellen en een dialoog starten zodat ongemak en angst niet groeien.’ Ze legt haar tips uit aan de hand van haar zoontje met Down, ik gebruik de rolstoel als voorbeeld:

Kinderen met een beperking zijn andersen dat is helemaal niet erg

Ga de verschillen niet uit de weg, maar benoem ze gewoon. De rolstoel bijvoorbeeld. Ik leg altijd uit dat Ties z’n benen niet kan gebruiken, maar hoe cool is het dat hij in een soort race-auto zit die hij met z’n hoofd bestuurt? Waarna het gesprek verder over de skelter/fiets/step van de kleine vragensteller gaat. Zelf kun je uitleggen dat ze best samen kunnen spelen, alleen iets anders dan anders. Misschien wil jouw kind de rolstoel duwen? Of de bal op schoot leggen zodat zijn nieuwe rolstoelvriend het eraf kan gooien?

Kinderen met een beperking zijn ook juist hetzelfde als andere kinderen

Benoem hardop wat jouw kind gemeen heeft met het gehandicapte jongetje of meisje. Hebben ze dezelfde kleur gympen? Denk je dat het jongetje of meisje ook gevoelens heeft? Vind jij het fijn als er heel erg naar jou gekeken wordt? Dit kindje vast ook niet! Wat zou die jongen in de rolstoel leuk vinden om mee te spelen? Van welke muziek zou hij houden? Zo overstijg je de beperking.

Mensen met een beperking zijn niet per se ziek

Als ouder met een ‘speciaal’ kind snappen we heus dat het moeilijk is om de juiste omschrijving te vinden. En we juichen elke poging tot uitleg  toe. Wel hebben we één voorzichtig advies: probeer de woorden ‘ziek’ en ‘er is wat mis’ te vermijden. Bijvoorbeeld: ‘Die jongen heeft een ziekte en daarom zit hij in een rolstoel.’ of ‘Er is iets mis met zijn hersenen, daarom kan hij niet praten.’ Een beperking kan door een ziekte veroorzaakt zijn, maar de beperking zelf is geen ziekte. Vooral bij kinderen is dat belangrijk, omdat ze misschien bang zijn dat ze het ook kunnen krijgen.

Woorden zijn belangrijk

Vertel je kinderen hoe jij wil dat ze praten over de verschillen: gehandicapt, beperking, zelfs de namen van de specifieke handicaps, zoals Down syndroom, autisme etc. Zet het niet af tegen ‘een normaal kind’ of ‘een gewoon kind’ maar gebruik liever ‘gemiddeld’ of desnoods, ‘normaal gesproken’. Wees er bij oudere kinderen alert op dat ze ‘mongool’ of ‘achterlijk’ niet als scheldwoord gebruiken, zelfs als het over iets heel anders gaat dan over een kind met een beperking.

Wimpel de vragen van je kind niet af (en als je het antwoord niet weet, vraag het mij!)

Kinderen zijn nieuwsgierig en benoemen graag hardop wat ze zien. Dat is nou juist wat hen zo lekker onbevangen maakt. Voel je niet verplicht om je kinderen het zwijgen op te leggen bij het naderen van een kind met een beperking. En als je het antwoord niet weet? Vraag het gerust aan de ouder of begeleider. Dat je je kinderen leert om geen dingen te roepen die kunnen kwetsen, spreekt voor zich, daar doet elke ouder z’n best voor. En soms stuur je het na schade en schande bij, zoals ik met mijn dochter en de dikke mevrouw.

Zoek informatie op

Was je kind op straat of in een speeltuin onder de indruk (of geschrokken) van een kind met een beperking? Neem de tijd om het er thuis nog over te hebben. Op internet is genoeg informatie te vinden die leerzaam, of zelfs leuk, is om te bekijken. Laat een plaatje of filmpje zien van een kind met het syndroom van Down, een andere beperking of in een rolstoel. Op de site van de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind of HandicapNL vind je genoeg vrolijke en inspirerende voorbeelden. Of lees of bekijk samen het verhaal Lotje van Dick Bruna.

En tot slot: geef zelf het goede voorbeeld. Zet je eventuele ongemak opzij. Groet het kind met de beperking vrolijk, spreek hem of haar rechtstreeks aan en gedraag je alsof de situatie compleet normaal is. Want dat is het ook.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

3 Reacties

  • Reageer Monique Bomhoff 21 april 2019 at 16:13

    Een paar maanden geleden hielp ik in de nieuwe klas van onze dochter. Zoon Joost (4 jaar en downsyndroom) was ook mee en zat in zijn buggy. Een jongetje koek me aan, wees naar Joost en zei: ” Ik vind hem raar”. “Hij ziet er een beetje anders uit hè? ” antwoordde ik. Het jongetje vroeg hoe dat kwam en ik vertelde dat Joost downsyndroom heeft en daardoor ook dingen langzamer leert. ” O, ik vind hem wel leuk, mag hij een keer bij mij thuis komen spelen?” was het antwoord. Geweldig toch?

  • Reageer Anita 23 april 2019 at 20:50

    Dit is al zeker 28 jaar geleden.Mijn dochter was toen 4 en erg nieuwsgierig,dus toen wij een jonge vrouw in een rolstoel tegen kwamen was haar reactie waarom loopt ze niet.Ik als moeder schrok een beetje want ja wat moet je zeggen.Nou ik niets want ik wist ook niet wat de vrouw had,dus ik heb tegen mijn dochter gezegt dat zij dat aan die vrouw moest vragen.De reactie van die vrouw was geweldig zowel naar mij als naar dat kleine meisje.Nu ze zelf moeder is hoop ik ook dat ze dit ook met haar kinderen doet want je krijgt er veel voor terug

  • Reageer Daniëlle 24 april 2019 at 09:57

    Wat een geweldige handvatten! Dankjewel voor dit artikel.

  • Laat je reactie achter