Lees, relatie

De wenkalender

Marieke is moeder van dochter Keet (8) en zoon Faas (5). Haar leven nam afgelopen jaar een totaal andere wending toen zij en haar man Reinier ontdekten dat hun huwelijk niet stand kon houden. Inmiddels woont Marieke samen met Lara en vormen ze met haar ex Reinier een gezellige modern family.

“Mam, wanneer denk je dat ik helemaal gewend ben aan Lara?”
We waren net verhuisd. Gesetteld. Er zat een nieuw ritme in de weken. Er waren dubbele gymtassen, extra drinkbekers, een compleet nieuwe garderobe voor de kinderen. Laat het praktische maar aan mij over, aan alles was gedacht. Maar ik had nergens een handboek ‘veelgestelde vragen van kinderen wanneer je gaat scheiden en direct samenwonen met je nieuwe liefde’ kunnen vinden. Laat staan de antwoorden.

Zo kwam dus, dat ik op een druilerige woensdagmiddag deze vraag van mijn dochter diende te beantwoorden. “Ik vind Lara heel lief hoor, en aardig enzo, maar ik ben nog niet echt helemaal gewend. Misschien duurt dat wel heel erg lang. Straks ben ik al 18 en dan ben ik nog steeds niet gewend. Hoelang duurt zoiets?”

Ik dacht even na. Wat moest ik hier nu weer op zeggen? Ik begreep ooit van een kinderpsycholoog dat het niet handig is om je kinderen dingen te beloven die je niet zeker kunt weten, bijvoorbeeld dat je nooit gaat scheiden of ziek zult worden. Dat schaadt het vertrouwen diep wanneer zoiets wél gebeurt en bovendien is het leven één grote onzekerheid, dat kun je onmogelijk wegnemen voor een kind. 

“Dat weet ik niet, lieverd,” zei ik eerlijk.

Met dit in mijn achterhoofd besloot ik dat het beter was de onzekerheid te omarmen. “Dat weet ik niet, lieverd,” zei ik eerlijk. “Ik denk dat je elke dag een klein beetje meer zult wennen. En op een dag ineens gewend bent. Vast wel ergens voordat je 18 bent.”

Ze leek niet enorm tevreden te zijn met dit antwoord. Ze wilde iets tastbaars, iets dat haar zou helpen in dat moment. Toen hoorde ik mezelf zeggen: “Zullen we anders een wenkalender maken? Dan mag je iedere keer als je voelt dat je weer een beetje meer gewend bent een sticker plakken. Zo kun je altijd terugkijken en zien hoeveel je al gewend bent. En dan mag je zelf bepalen wanneer er genoeg stickers zijn geplakt.”

Na een enthousiast “goed idee mam!” ging ze aan de slag. Wit papier, stiften, plakband, nog een A4’tje… ik vroeg me intussen af of het pedagogisch verantwoord is om je kind met stickers te laten wennen aan je nieuwe liefde, maar concludeerde dat het me weinig kon schelen. “Ik begin met drie stickers mam, want ik ben al een klein beetje gewend.”

Toen Lara die avond thuiskwam vertelde dochterlief uitgelaten het idee van de wenkalender. Samen hingen ze hem op, naast de kast in de keuken. In de weken die volgden leek er een nieuwe dynamiek te ontstaan tussen beiden. Er werd gefluisterd, gegiecheld, geknuffeld, en af en toe tevreden een sticker geplakt.

Intussen begrijpt mijn dochter ook heel goed dat het voor Lara net zo prettig is als die kalender op een dag helemaal vol is. Iets te goed, realiseer ik me, als ik haar hoor zeggen: “Mag ik chips, Laar? Ah toe? Dan mag jij nog een sticker plakken!”

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter