Kleuter, Lees

Veeartsmentaliteit

Mijn kind heeft een zeer been. ‘Ach dat gaat wel weer over, het zal wel groeipijn zijn!’ roep ik naar hem. Ik kijk het even aan en voer hem wat sinasprilletjes.

Misschien had ik veearts moeten worden. Met die mentaliteit van mij. Eén van aanpakken en niet zeuren. Mijn bevallingen waren al het toppunt van die mentaliteit. Ik deed niet aan pufcursussen of aan zwangerschapsyoga en op Google heb ik nooit het woord ‘bevalling’ ingetikt. Zonde van mijn tijd die gekmakerij bij vrouwen die het leed dat bevalling heet nog moeten doorstaan, vond ik. Ik ging liever de babykamer schilderen, of naar Ikea waar ik dan naar huis ging met een hoeveelheid spullen die op het eerste oog niet in mijn auto leken te passen. Maar met een beetje geduld, wat rekenwerk betreffende de massa van de hoeveelheid meuk, gedeeld door de ruimte in mijn auto, maal de wortel van zes, min de doos kipnuggets die ik nog van plan was te gaan halen op de terugweg, oja plus niet te vergeten mijn megababybuik die ook nog mee naar huis moest, lukte het me uiteindelijk allemaal wel.

De bevallingen verliepen ook volgens mijn vertrouwde methode. Niet zeuren, het doet pijn, maar ja wat wil je doen? Hét moet er toch uit, dus even op die tanden bijten. Klagen doe je daarna maar in je kraambed tijdens de kraamtranenlozing bij de verloskundige. Al was ik heel blij met mijn veeartsverloskundige, die mijn mentaliteit deelde. Wij aten diezelfde avond samen in mijn kraambed een Chinese rijsttafel, en dronken een fles rode wijn leeg. Klagen? Wij hadden niks te klagen.

Enfin, zoals mijn kinderen ter wereld kwamen, zo voed ik ze ook op. Wees blij en tevreden met wat je hebt en klaag nooit over wat je niet hebt. Als je iets graag zou willen hebben wat je niet hebt, dan doe je er wat voor zodat je het krijgt in plaats van dat je er om klaagt.

‘Een tijdelijke ontsteking in zijn heup,’ luidt het vonnis van de huisarts als we na vijf dagen aankijken toch maar die kant op gaan. Schuldgevoel slaat me om de oren. Ik heb dat arme kind dagenlang hiermee rond laten lopen. Met mijn mentaliteit heb ik de woorden van mijn kind een beetje onderschat. En daar baal ik gruwelijk van.

Gelukkig zijn mijn kinderen een soort miniatuurversies van mij en het enige wat mijn zoon zegt als we de huisartsenpraktijk uitlopen is ‘maar mama, kan ik nu nog wel Ninja zijn?’

‘Ja zeker schatje, er bestaan ook gewoon Ninja’s met een ontstoken heup.’

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter