Lees

Ruzie

“Mama?”
“Ja?”
“Zijn er hier drukkere mensen dan in Parijs?”
“Ik begrijp je vraag niet helemaal, schat.”
Het is even stil.
“Zijn er hier meer mensen dan in Parijs?”
Ik weet niet zo goed wat ik moet antwoorden. Parijs doet me denken aan afgelopen vakantie, toen we met de auto dwars door de Franse hoofdstad reden. Een vakantie die op allerlei fronten best pijnlijk was.
“Waar is het drukker? Hier of in Parijs? Wat denk jij, mama?”
“Dat weet ik eigenlijk niet zo goed, schat. In Parijs wonen wel véél méér mensen dan in Amsterdam. Dat wel.”

Quin en ik zitten met elkaar in de bus. Ik vraag hem of hij een keer naar Parijs zou willen.
“Maar zullen we dan wel met z’n tweetjes gaan?”
Quin roept altijd als hardst dat hij iets met z’n vieren wilt doen, dus ik kijk hem verrast aan.
“Ja, dat lijkt me heel gezellig!” roep ik. “Maar wil je niet dat papa meegaat dan?”
“Of ik ga alleen met papa. Dat kan ook, dat maakt me niet zoveel uit.”
“Ik denk dat hij dat heel leuk zou vinden. Kunnen jullie met de trein. Je weet wel, de Thalys, die zo heel hard kan!”
Quins gezicht klaart op.
“Of zullen we met z’n drietjes gaan? Zonder Zora ?” vraag ik enthousiast.
Quin fronst. Zijn blik ineens naar beneden gericht.
“Nee,” zegt hij zachtjes. “Dat wil ik niet. Dan maken jullie weer ruzie. En dat wil ik niet.”

Auw.

De zomervakantie, waarin ik bevangen werd door de hitte, de slapeloze nachten, mijn verontrustende korte lontje, het heeft er flink ingehakt. Ik voel een grote brok in mijn keel die ik maar met moeite kan wegslikken.
“Ja, papa en mama maakten veel ruzie, hè?”
Quin knikt.
“En nu ben je bang dat we weer ruzie gaan maken als we weer op vakantie gaan?”
“Ja.”
“Dat snap ik, schat.”
Ik kijk uit het raam en veeg de traan die toch uit mijn ooghoek drupt van mijn wang.
“Weet je wat?” Ik sla mijn arm om Quin heen. “Zullen papa, jij en ik binnenkort een proefnachtje ergens gaan slapen?”
“Is dat zoiets als een proefles?” Quin veert op. Hij heeft net een proefles voetbal gedaan en is er erg enthousiast over.
“Ja. Zoiets. Dan gaan we oefenen om geen ruzie te maken. Dan kunnen we laten zien dat we best op vakantie kunnen zonder al te veel ruzie.”
“Jaaaa, dat wil ik!”

Quin haalt opgelucht adem.
Opgelucht dat hij heeft kunnen zeggen wat hij op zijn hart had. Opgelucht dat het gesprek ook weer voorbij is.
Blij wijst hij naar de rode bus voor ons.
“Kijk, de 308, mam. Die gaat naar Purmerend. “Hij kijkt om zich heen. “Wat is het hier druk, hè, mama?”

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter