Lees, relatie

Piemelrondjes

“Oké, ik ben dus op zoek naar een sport die me geen tijd kost, waar ik niet moe van word en waar ik wel van afval. Hit me.”
Die Facebookoproep plaatste ik een tijdje geleden. Mijn relatie met sport viel niet eens meer een haat-liefderelatie te noemen. Het was een hartgrondige haat-haatrelatie. Waar heel Nederland steeds gezonder leek te gaan leven, met suikervrije diëten en sportschoolabonnementen, bleef ik roepen dat ik onoverwinnelijk ben op het onderdeel bitterballen eten. Tot ik voor de spiegel zag dat dat subtiele zwembandje om mijn middel meer richting opblaaskasteel ging en ik me voor de zoveelste keer voornam om meer te bewegen.
Aangestoken door het enthousiasme van Elsbeth besloot ik om het weer eens te proberen, dat hardlopen. Toen ik na twintig minuten hijgend en roder dan de billen van een baviaan terug op de bank te plofte, nam ik mezelf voor dit nooit meer te doen. Tot ik zag dat het rondje dat mijn app had meegetekend verdacht veel op een piemel leek. Dat was de motivatie die ik nodig had! Ik verbeterde mijn piemelrondjes en, verdomd, ik begon het leuk te vinden.

Dat ik niet de beste conditie heb, een haperend doorzettingsvermogen en dat het met twee jonge kinderen al een sport is om überhaupt tijd te vinden om een piemelrondje te lopen, waren nog niet de grootste obstakels. Mijn perfectionisme en angst om te falen zaten me meer in de weg. Om tóch te gaan als ik me niet zo fit voelde en mezelf toe te staan dat ik naar huis mocht als het niet lukte. Al lopend bleek het gewoon een kwestie van de volgende lantaarnpaal halen. “Als ik de volgende haal, mag ik naar huis. Oké, nog eentje dan. Goed, nog één.”
Het mocht mislukken en daarom hield ik het vol. Ik hoefde niet de snelste te zijn en ik loop ook heus niet voor gek in mijn uitgelubberde joggingbroek waar ik voorheen alleen maar op de bank lag. Het is me gelukt om die stem in mijn hoofd het zwijgen op te leggen. Die stem die maar bleef zeggen ‘jij kunt dit niet, dit is niks voor jou’, want ik wilde het wél kunnen, al was het maar één keer: vijf kilometer hardlopen.

En het lukte. Afgelopen zondag liep ik vijf kilometer bij een hardloopwedstrijd. Met mijn beste supporters in de vorm van mijn lief en onze twee lachende kindjes langs de route en bij de finish. Ik liep ‘m in 34 minuten. Ik was nummer 111 van de 121. Maar ik won van mezelf. En man, wat was ik een pittige tegenstander.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter