Kleuter, Lees

‘Maar dat stond niet op mijn lijstje’

Hij kijkt met grote vragende ogen naar mijn vriendin Esther, die net de tuin in is komen lopen. ‘Wil je Esther soms wat vragen, Teun?’ vraag ik hem. ‘Waar is mijn cadeautje?’ vraagt hij dan zonder omhaal. Vandaag is zijn zesde verjaardag. De dag waar hij al weken, nou ja, maanden, naar uitkijkt. Flink aftellen was het. En lijstjes maken.

‘Het kan ook dat je iets krijgt wat niet op je verlanglijstje staat hè,’ waarschuwt Keet haar broertje de avond voor zijn verjaardag. Henno zegt dat hij niet heel hard moet gaan huilen als hij een cadeau stom vindt. ‘Iedereen die een cadeautje geeft, heeft heel erg zijn best gedaan voor jou hè,’ voeg ik nog toe. Hij lijkt ons gezeur zat, maar zegt dan toch zelf: ‘Ja en die Lego-beker vond ik later toch wel leuk,’ doelend op het cadeau van buren Henk en Nienke, dat hij vorig jaar hevig teleurgesteld en met dikke tranen ontving omdat het geen speelgoed was.

En vandaag was het dan ein-de-lijk zo ver. Het eerste cadeau dat hij in ontvangst neemt is van oma. ‘Dit wilde ik altijd al hebben!’ roept mijn ideale kind als de Lego Star Wars-doos onder het cadeaupapier tevoorschijn komt. Ook de cadeaus van Keet worden juichend in ontvangst genomen. De kindercamera die hij van ons krijgt levert in eerste instantie een trillend lipje op (‘Maar dat stond niet op mijn lijstje’), maar zodra hij snapt wat het is, herstelt hij zich.

De hele dag druppelen er mensen binnen. Iedere keer als de belt gaat, rent hij als een jonge hond kwispelend naar de deur. Daar komt weer een cadeau, schreeuwt alles in zijn lijfje uit. Het Skylander-spel van opa Piet en oma Mary is een schot in de roos. De Pokémon-kaarten van Lieke (‘Wat een klein cadeautje’) zijn eenmaal uitgepakt ook reden voor vreugdekreten. De ‘spin in slijm’ wordt minder enthousiast ontvangen en dat een cadeaubon krijgen eigenlijk heel leuk is moet ook nog even tot hem doordringen. Ik zie dat hij zijn best doet. Zijn blik is teleurgesteld, maar hij perst er een dank je wel uit. Geen tranen bij de cadeaus die hij niet kan waarderen. ‘Maar ik vind dit eigenlijk niet zo leuk,’ zegt hij er dan wel bedremmeld achteraan.

En dan is daar Esther die niets in haar handen heeft. Teun wijst nog naar haar tas. ‘Heel stom,’ zegt mijn lieven vriendin, ‘maar ik heb het cadeau op mijn werk laten liggen.’ Teun kijkt haar ongeloofwaardig aan. ‘Dat is een grapje hè?’ zegt hij lachend. ‘Mama, ze maakt een grapje toch?’ Als tot hem doordringt dat hier geen sprake is van een grap wordt het hem te veel. Schokkende schouders. Dikke tranen. Onbedaarlijk verdriet. Alle honderd leuke cadeaus die hij die dag al in ontvangst heeft genomen zijn plotseling vergeten bij al dit onrecht dat hem nu wordt aangedaan. Esther staat reddeloos naast me.

Ik twijfel tussen terechtwijzen, troosten, sussen, uitleggen, afleiden of roepen dat ‘arme kindjes helemaal nooit cadeautjes krijgen.’ Ik geloof dat het troosten is geworden. Opvoeden stond vandaag niet op mijn lijstje. Ik zet het er morgen gelijk weer op.

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter