Baby, Lees

Kwijlen bij de rompers

Langzaamaan raakt de zolder leeg. We brengen de babykleertjes naar de kringloop, geven het ledikantje aan een zwangere collega en verkopen de kinderwagen.

Hoe weet ik of mijn gezin compleet is? Dat die derde er niet gaat komen?
Is dat een bepaald moment? Als een soort openbaring? Of is het een gevoel waar je je best voor moet doen? Zo’n beslissing die je eerst rationeel neemt en waarbij je pas later voelt dat het de juiste was. Zoals een huis kopen. Of niet kopen.

Na ieder kraambezoek moet ik mijn eierstokken met tiewraps vastklemmen omdat ze naar buiten klepperen van enthousiasme. Ik vind mezelf in de Hema terug bij de rompertjes, ik wil iedere baby vasthouden die ik tegenkom en mijn zwangere collega moet m’n handen van haar buik wegslaan.

Ik wilde nooit zo’n vrouw zijn. Zo’n hysterisch type dat kirrend in iedere kinderwagen duikt, met handen begint te wapperen als iemand vertelt zwanger te zijn of zonder enige aanleiding weer begint over hoe bijzonder haar bevallingen waren. Vreselijk. Alsof je enige identiteit nog die van moeder is. Ik ben meer dan een wandelende voortplantingsmachine die als een vrouwelijke Pavlov gaat kwijlen bij het zien van een baby.

Maar ik ben zo’n vrouw. Ik heb het lang ontkend en gedaan of ik heel nuchter bleef onder het zien van een echo, maar ik hou me niet meer in. Ik vind baby’s schattig en het is heerlijk om zo’n klein hummeltje tegen je aan in slaap te voelen vallen. Het maakt me vrolijk als mensen vertellen dat ze een kindje verwachten en het is ook leuk als anderen daar enthousiast op reageren. Ik hoor gewoon bij dat groepje uitgelaten babyknuffelaars.

Want die derde komt er niet. Het is goed zo. We zijn compleet.
Ik koop die schattige Hemarompertjes voor nieuwe moeders en hoop dat ik even aan de fontanel van hun baby mag snuffelen. Dan kan ik er ook weer even tegenaan. Denk ik.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter