Lees

Knuffelen

Miloe had eerst een stomme ochtend thuis en toen werd ze ook nog eens op haar nummer gezet door de juf van haar 9-jarige zoon. Het zette haar wel aan het denken.

We hadden niet zo’n leuke ochtend. Zoals veel ochtenden niet zo leuk zijn. Niet uit bed komen, eindeloos treuzelen, ruzie maken. Het leidde tot ruzie, irritatie, gehaast. Ik vertrok om kwart over acht met de jongste naar school, hij fietste ruim vijf minuten later alleen achter ons aan. Toen ik mijn dochter af had gezet bij haar klas, liep ik bij mijn zoon langs, keek op de klok en dacht: een afscheidskus kan nog net. ‘Is die knuffel voor jou of voor je zoon?’ vroeg de juf die bij de deur stond. ‘Voor ons allebei,’ stamelde ik, een beetje overvallen. ‘We hebben nog wat goed te maken.’ Otis maakte zich los van een groepje klasgenoten en omhelsde me tamelijk plichtmatig. Daarna rende hij terug naar zijn vrienden. ‘Knuffelen bij het afscheid, van veel kinderen hoeft het niet meer in de bovenbouw,’ zei de juf. Maar veel ouders zijn daar nog niet aan toe.’

Op de fiets naar huis denk ik na over haar opmerking. Het voelde als een berisping, een terechtwijzing. Daar zat ik niet op te wachten, en al helemaal niet om half negen ’s ochtends. Tegelijkertijd zette haar vraag me aan het denken. Toen mijn dochter een paar jaar geleden weigerde opa en oma te knuffelen bij het afscheid, vond ik dat lastig. Ook haar vader, broer en vriendinnen kregen geen knuffel op commando, of mochten kusjes uitdelen, zij bepaalde zelf wanneer ze daar behoefte aan had. Voor mezelf had ik dat geaccepteerd, maar naar opa en oma toe vond ik haar afwijzing onaardig en onbeleefd. Tot ik me bedacht dat het ook best onbeleefd is om je kind te dwingen tot een knuffel, om haar grenzen niet te respecteren. Ik concludeerde ook dat die fysieke intimiteit vooral een behoefte van een volwassene vervulde. Want als ik me na een lange dag of een rotopmerking van iemand niet lekker voel, is er naast chocolade geen beter medicijn dan een warm kinderlijfje tegen me aan, twee armpjes om mijn nek en als het even kan ook nog de woorden ‘ik vind je zo lief mama.’ Maar is het de taak van mijn kind om mij een goed gevoel te geven? Is het de taak van een kleinkind om te zorgen dat opa en oma zich geliefd weten? Sinds ik weet dat het antwoord op die vragen nee is, neem ik de woorden ‘geef mij/opa/oma/otis/papa/je vriendin eens een knuffel’, niet meer in mijn mond.

Die ochtend op de fiets naar huis concludeerde ik dat de juf gelijk had. Over de tijd, de plek en de manier waarop ze het zei valt te discussiëren, maar de vraag om een knuffel van mijn oudste draaide vooral om mij. Dat ik uit mijn slof was geschoten, dat ik een rotgevoel had over het afgelopen uur, moesten we even weg knuffelen. Het liefst had ik mijn zoon opgepakt, op schoot gezet, zijn armen om nek gevouwen, zijn hoofd op mijn schouder gelegd, mijn neus in zijn haren gestopt, zijn geur opgesnoven en hem eindeloos tegen me aan gedrukt. Om te voelen dat we oké zijn, dat we van elkaar houden, dat we bij elkaar horen. Maar hij is geen kleuter meer, hij is bijna tien jaar. Hij wil nog steeds knuffelen, maar liever in een intieme sfeer dan in het openbaar, ten overstaan van zijn vrienden. Ik ben daar inderdaad nog niet aan toe. De remedie leerde ik van een therapeute: koop een mooie pluche knuffel. Elke keer als je je rot voelt, als je zelf behoefte hebt aan een knuffel, pak je dat pluche beest. En drukt het tegen je aan. Vouwt de armpjes om je nek. Legt je hoofd op zijn hoofd. En blijft zo even zitten.

miloeOver Miloe

Miloe van Beek is journalist, eindredacteur, columnist en moeder van Otis (9) en Nina (6).  Je kunt Miloe ook volgen op Facebook

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter