Baby, Lees, Peuter

Kamperen

We begonnen vorig jaar zo enthousiast: kamperen met een peuter en een baby wordt een feest. Pepijn was een half jaar oud. Een lieve, goedlachse baby die alleen wat moeite had met zijn interne thermometertje. Dat was al toen hij nog maar net geboren was, de koude handen van de kraamverzorgster waren zijn grootste babynachtmerrie. In Frankrijk bleken de wisselende temperaturen voor hem een ramp. Overdag was het warm en ’s nachts koelde het flink af. Gevolg: de nachten waren très terrible. Stonden we daar om drie uur ’s nachts met een huilende baby in een ijskoude tent. Nog meer drinken? Andere slaapzak? Tussen ons in? Hoe goed horen de buren ons? Je kunt maar heel kleine rondjes lopen in de voortent. Nadat we de zesde nacht drie uur hadden geslapen, kon ik alleen nog maar huilen.
“Ik wil naar huihuihuihuihuis,” jammerde ik. We reden de 900 kilometer weer terug.

Of de vakantie twee jaar geleden, toen het zo geregend had, dat de campingeigenaar de hele camping bestraat had met pallets omdat je anders tot je knieën in de modder zakte.

Of de vakantie drie jaar geleden, toen het op onze vakantiebestemming kouder was dan eerste kerstdag en het fotoalbum van mijn mobiel enkel bestond uit grijze plaatjes van natgeregende autoruiten.

Of de vakantie vier jaar geleden, toen ik zwanger was en het ons zo’n romantisch idee leek om in een oud Volkswagenbusje een beetje rond te toeren. Op die vrolijke retro-website ben ik alleen nooit foto’s tegengekomen van een stel dat drie uur staat te wachten op een norse garagehouder omdat de bus geen meter meer rijdt.

Mijn verhalen deden het goed op feestjes en ik weet nu wel wat ‘koppeling’ is in het Frans, maar ik snakte zo naar een fijne vakantie. Als we nu weer zo’n pech hebben, blijf ik wel thuis, besloot ik.

En toen ineens vermaakte Lieve zich met een vriendinnetje waar ze al na één uur hand in hand mee over de camping liep, had Pepijn het reuzedruk met een schepje en een molshoop, hadden we goed weer en ging er niks kapot.
Ik kreeg altijd een beetje braaksel in mijn mond van de uitspraak: ‘als de kinderen het naar hun zin hebben, heb ik het ook naar m’n zin’. Maar ineens begrijp ik het: als mijn kinderen het naar hun zin hebben, heb ik tijd om te lezen! En zien ze niet dat ik ondertussen een homp Franse kaas naar binnen werk. Topvakantie. Santé!

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter