Kleuter, Lees, Peuter

Even wennen aan de buren

Alweer een jaar geleden verhuisde ik met lief en kroost van een appartement naar een rijtjeshuis. Een echt grotemensenhuis. Een huis met een voortuin om in te spelen. Een huis met een trap om dingen op te leggen die naar boven moeten. Een huis met een kookeiland om rondjes omheen te rennen. Een huis om live, love, laugh aan de muur te hangen. Oké, dat laatste niet.
Ik had gedacht dat ik zou moeten wennen, dat ik het gevoel zou hebben op vakantie te zijn en weer ‘terug naar huis’ zou willen. Maar dat was niet zo. Het paste ons meteen, als een goedzittend kledingstuk dat je nooit meer uit wil trekken.

In een rijtjeshuis heb je buren. Dat was nieuw voor mij. Natuurlijk, we hadden in ons appartement ook buren, maar die zagen we bijna niet. Eerst kwamen we het stel dat onder ons woonde nog wel eens tegen, maar toen ook zij verhuisden naar een Vinexwijk veranderde het complex langzaamaan in een soort uitvalbasis voor gescheiden mensen. En die tref je kennelijk niet meer in de galerij, maar je hoort wel het bezoek naar een hoogtepunt hijgen.

Nu wonen we aan een keurig pleintje. Waar de buren ons aanwijzen wat in onze voortuin onkruid is ‘dat moet weg, dat willen we hier niet’ en wordt de kleur van onze voordeur (geel) beoordeeld als ‘goh ja, dat kan ook.’

Een paar deuren verder wonen buurvrouw Truus en buurman Sjaak. Door de kerstkaarten die hier braaf door het hele plein bij elkaar in de brievenbus gegooid worden, leerden we dat je dat schrijft als Jacques, waardoor ik even dacht dat Truus hem had ingeruild.
Buurvrouw Truus en buurman Sjaak zijn pensionado’s met kleinkinderen aan de andere kant van het land en dat betekent dat alle opgekropte grootouderliefde over mijn kinderen wordt uitgestort. Ze hoeven maar de straat in te rijden of de kinderschare smijt hun schepjes en fietsjes aan de kant en racet naar hun huis. Ze krijgen daar koekjes, dus ik snap het wel.

Laatst ruimde buurvrouw Truus haar zolder op. Lieve kwam met het een na het andere wanstaltig kitscherige poezenbeeldje aanzetten. Ik heb het zo’n tien beeldjes volgehouden om ‘wat lief van de buurvrouw!’ uit m’n strot te krijgen. En met het paasweekend aten ze zich misselijk aan een enorme chocolade paashaas.

We moesten even aan ze wennen. De grens tussen sociale controle en bemoeizucht is dun. Maar ik zou niet meer zonder ze willen. Ze zijn zo gek op onze kinderen, daar kun je niet tegen zijn. En we wonen in goed geïsoleerde huizen, dus van hun seksleven krijg ik niks mee. Dat scheelt.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter