Baby, Lees

De wieg

Onze jongste is nu vijf maanden. Z’n mooie, rieten palmwiegje is al een tijdje bijna te klein. Het ziet er bijna net zo uit als een baby in een poppenwiegje. Al een paar weken beloof ik mezelf dan ook plechtig dat ik hem de volgende dag ook ’s nachts op z’n eigen kamer, in z’n ledikantje laat slapen. Maar steeds lukt het me niet. Nu hij op het punt is dat hij op z’n buik gaat slapen en zijn wiegje simpelweg niet meer veilig is, moet ik wel.

“Het is nog zo handig met z’n fles ’s nachts,” mompel ik tegen mijn man. “En als ik dan z’n speen moet geven dan hoef ik niet zover m’n bed uit. Ik slaap al zo beroerd,” voeg ik toe als hij me alleen maar aankijkt. “Hmm, ja ja,” is het enige wat hij zegt, vergezeld met de blik. In gedachten steek ik m’n tong naar hem uit. Ja tuurlijk heeft hij gelijk. Ik wil hem ’s nachts gewoon nog niet kwijt.

“Het voelt alsof ik de navelstreng opnieuw doorknip,” zeg ik tegen een vriendin. “Ik kan me niet eens herinneren hoe hij in het wiegje lag toen hij net geboren was. Ik heb er niet eens foto’s van. En nu hij er bijna niet meer in past, moet en zal hij erin blijven liggen. Alsof dat die eerste tijd goedmaakt.” Mijn kraamtijd was alles behalve relaxt en fijn. De eerste week ging nog wel, maar toen de kraamverzorgster de deur achter zich dicht trok, begon bij ons een heftige tijd doordat de kleine man veel pijn had van de heftige reflux. Standje overleven voor ons allemaal dus. En dan geniet je gewoon niet zo intens van dingen.

“Het lijkt wel alsof je erom rouwt,” reageert de vriendin. Ik moet er even over nadenken. Misschien heeft ze wel gelijk. Ik had het me anders voorgesteld. Ik was graag wakker geworden met uitzicht op een tevreden slapende baby waar je uren met een glimlach naar kan kijken. Maar zo was het gewoon niet. Zijn vuistjes waren meestal gebald en zijn lijfje onrustig. Echt relaxt heeft hij er de eerste drie maanden niet vaak gelegen. En dat had ik wel graag gewild, vooral voor hem.

Ik ga met de baby op ons grote bed zitten en kijk naar zijn wiegje. Ik leg hem erin en kijk. De kleine man lijkt in deze wieg wel een reuze walvis. En ik neem de beslissing. “Het kan gewoon echt niet meer” zeg ik tegen mezelf.

“Zo Jesse,” zeg ik resoluut, “dit was het dan. Nog even een foto. Nu mag je ’s nachts naar je eigen kamer.” Ik breng hem naar beneden en leg hem in de box. Hij pakt direct zijn rammelmuis en lacht om de walvis die boven z’n neus bungelt. “Ik ga het even opruimen boven,” mompel ik tegen mijn man en vlieg weg. Als ik het dan ga doen, moet het ook nu, voor ik me bedenk. Ik haal het wiegje leeg. Met een soort van post-nesteldrang verschoon ik z’n ledikantje en hang ik de uil aan de muur recht. “Hij kan nu ook gewoon best wel naar z’n eigen kamer,” houd ik mezelf voor en loop zijn kamertje uit naar de onze.

Het is kaal, zo’n lege plek naast m’n bed. In mijn hoofd komen in een flits de afgelopen maanden voorbij. De geboorte, die lieve kleine baby, de radeloze nachten, een huilende Jesse en een uitgeputte versie van mijzelf. En het raakt me toch diep. Was dit het dan? Het lijkt erop. Maar ik had het zo graag anders gezien. Konden we het maar over doen. Al was het een weekje. In alle rust, zonder gedoe.

Dit blog van Daniëlle deed me denken aan Teuns babytijd. Toen hij nog heel vaak bij ons in bed sliep. Ik schreef daar destijds dit blog over.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

5 Reacties

  • Reageer Valesca 25 juni 2016 at 08:44

    Ik herken het maar al te goed. Onze zoon verslikte zich door reflux en kon het niet meer kwijt toen hij twee weken was. Ik had er niet aan moeten denken wat er was gebeurd als hij die nacht niet in een wiegje naast ons bed had gestaan en ik het niet had horen gebeuren. Hij bleef half stikkend snakken naar lucht. De ambulance was er binnen 5 minuten gelukkig. Zie hem nog liggen in alleen een luier op de eerste hulp, aan het zuurstof en ik voelde me zo machteloos. Twee nachten is hij ter observatie in het ziekenhuis geweest en ik dus ook. Daarna heeft hij bij ons in de wieg geslapen tot hij echt niet meer paste. Ik durfde hem gewoon niet alleen in zijn kamer te laten ’s nachts.

    Het viel me zwaar toen het moment toch daar was. Ik denk dat op deze manier afscheid nemen van een moeilijke periode, een mooie start is voor een betere tijd met echt genieten. De moeilijke periode vergeet je niet, maar de leuke herinneringen die gaan komen gaan deze roerige start verzachten.

  • Reageer Kris 25 juni 2016 at 09:27

    Neem gewoon een co-sleeper…
    Niemand verplicht jou ertoe om je kind elders te laten slapen. En is jouw kindje er eigenlijk wel aan toe?

  • Reageer Miranda 25 juni 2016 at 09:49

    Wat mooi geschreven. Ik heb gelukkig wel een hele fijne kraamtijd gehad en dat scheelt. Het is mijn derde kindje, maar blijf het emotioneel en moeilijk vinden om die wieg weg te halen. Het is zo’n prille periode waar ik in wil blijven hangen. Ik weet nu inmiddels wel dat het afscheid nemen is van deze periode, maar er staat weer een andere hele leuke periode te wachten. Jij succes ermee. Hopelijk krijgt het snel een plekje.

  • Reageer Melissa 25 juni 2016 at 13:00

    Ik heb hetzelfde gevoel maar heb besloten dat niet te veranderen. Onze zoon heet ook Jesse en mag zolang naast me slapen als hij wil (ik ga er vanuit dat hij voor zn 15e wel is bijgedraait hihi). Hij is bijna 11 maand en slaapt nu heerlijk naast me in zijn eigen peuter ledikant waar we de zijkant van 1 kant hebben afgehaald zodat hij extra dicht bij ligt en ik er altijd bij kan! Ik kan het gewoon niet over mn hart verkrijgen.

  • Reageer Kristel 25 juni 2016 at 20:39

    Leuke blog Daan! Iedere moeder heeft daar haar eigen tijd en manier voor nodig denk ik. En voor je het weet vind je het heel relaxt!

  • Laat je reactie achter